Naar de inhoud

zwelen

het gedroogde hooi in regels bijeenharken

zwelen

werkwoord

Betekenis

  1. het gedroogde hooi in regels bijeenharken

Vervoeging van zwelen

zwelenhele werkwoord — zweeldeverleden tijd enkelvoud — zweeldenverleden tijd meervoud — gezweeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zweel zweelde
jij zweelt zweelde
hij, zij, het zweelt zweelde
wij zwelen zweelden
jullie zwelen zweelden
zij zwelen zweelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezweeld verleden tijd, deelwoord
gezweeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezweeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezweeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezweeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezweeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezweeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezweeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezweeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezweeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezweeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezweeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezweeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezweeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezweeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezweeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezweeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezweeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezweeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zal gezweeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezweeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezweeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gezweeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezweeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezweeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezweeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezweeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezweeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezweeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezweeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezweeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezweeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezweeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zweel gebiedende wijs
zweelde verleden tijd
zwele aanvoegende wijs
zwelend onvoltooid, deelwoord

Woordfamilie van zwelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezweeld voltooid deelwoord zwelen
gezweelde woordvorm zwelen
zweel gebiedende wijs zwelen
zweelde verleden tijd zwelen
zweelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwelen
zweelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwelen
zwele aanvoegende wijs zwelen
zwelend onvoltooid deelwoord zwelen
zwelende woordvorm zwelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zwelen

Wat is de betekenis van zwelen?
Zwelen is een werkwoord. De betekenis is: het gedroogde hooi in regels bijeenharken.
Hoe vervoeg ik zwelen?
Zo vervoeg je zwelen zo: de tegenwoordige tijd is zweel, de verleden tijd is zweelde en het voltooid deelwoord is gezweeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. E 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. E 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 16 zonder bonus
  8. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwelen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zwelen in het kort

zwelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zwelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zwelen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zwelen: het gedroogde hooi in regels bijeenharken
Deel zwelen — standaardnederlands.nl