zwartrijden
werkwoord ˈzwɑrtrɛidə(n)Betekenis
- van het openbaar vervoer gebruik maken zonder te betalen
Hoe spreek je zwartrijden uit?
/ˈzwɑrtrɛidən/
Zwartrijden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zwartrijden
zwartrijdenhele werkwoord — reed zwartverleden tijd enkelvoud — reden zwartverleden tijd meervoud — zwartgeredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rij zwart, rijd zwart | reed zwart |
| jij | rijdt zwart | reed zwart |
| hij, zij, het | rijdt zwart | reed zwart |
| wij | rijden zwart | reden zwart |
| jullie | rijden zwart | reden zwart |
| zij | rijden zwart | reden zwart |
Alle 84 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is zwartgereden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was zwartgereden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd zwartgereden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt zwartgereden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal zwartgereden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal zwartgereden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou zwartgereden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou zwartgereden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had zwartgereden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had zwartgereden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had zwartgereden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden zwartgereden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden zwartgereden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden zwartgereden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt zwartgereden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb zwartgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben zwartgereden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben zwartgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben zwartgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben zwartgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt zwartgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft zwartgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft zwartgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reed zwart | verleden tijd |
| rij zwart, rijd zwart | gebiedende wijs |
| rijde zwart | aanvoegende wijs |
| te hebben zwartgereden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zwartrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal zwartgereden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal zwartgereden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal zwartgereden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zwartrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zou zwartgereden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou zwartgereden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou zwartgereden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou zwartrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) zwartrijden zwart zou(dt) rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden zwartgereden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden zwartgereden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden zwartgereden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden zwartrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt zwartgereden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt zwartrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen zwartgereden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen zwartgereden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen zwartgereden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zwartrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zwartrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult zwartgereden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zwartrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult zwartrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal zwartrijden zwart zult/zal rijden | bijzin, toekomende tijd |
| zwart te rijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zwart te zullen rijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zwart zal rijden | bijzin, toekomende tijd |
| zwart zou rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zwart zouden rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zwart zoudt rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zwart zullen rijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zwart zullen rijden | bijzin, toekomende tijd |
| zwart zult rijden | bijzin, toekomende tijd |
| zwartgereden | verleden tijd, deelwoord |
| zwartgereden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zwartgereden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zwartreden | bijzin, verleden tijd |
| zwartreed | bijzin, verleden tijd |
| zwartreedt | bijzin, verleden tijd |
| zwartrij, zwartrijd | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zwartrijdend | onvoltooid, deelwoord |
| zwartrijdt | bijzin, tegenwoordige tijd |
Herkomst
samenstelling van zwart en rijden
Woordfamilie van zwartrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reden zwart | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zwartrijden |
| reed zwart | verleden tijd | zwartrijden |
| reedt zwart | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | zwartrijden |
| rij zwart | woordvorm | zwartrijden |
| rijd zwart | woordvorm | zwartrijden |
| rijde zwart | aanvoegende wijs | zwartrijden |
| rijden zwart | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | zwartrijden |
| rijdt zwart | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zwartrijden |
| zwartgereden | voltooid deelwoord | zwartrijden |
| zwartreden | subordinate-clause, verleden tijd | zwartrijden |
| zwartreed | subordinate-clause, verleden tijd | zwartrijden |
| zwartreedt | subordinate-clause, verleden tijd | zwartrijden |
| zwartrij | with-subordinate-clause | zwartrijden |
| zwartrijd | with-subordinate-clause | zwartrijden |
| zwartrijde | with-subordinate-clause | zwartrijden |
| zwartrijdend | onvoltooid deelwoord | zwartrijden |
| zwartrijdende | woordvorm | zwartrijden |
| zwartrijdt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | zwartrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwartrijden zijn vastgelegd.