zwartkijken
werkwoordBetekenis
- televisiekijken zonder de omroepbijdrage te betalen
Vervoeging van zwartkijken
zwartkijkenhele werkwoord — keek zwartverleden tijd enkelvoud — keken zwartverleden tijd meervoud — zwartgekekenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kijk zwart | keek zwart |
| jij | kijkt zwart | keek zwart |
| hij, zij, het | kijkt zwart | keek zwart |
| wij | kijken zwart | keken zwart |
| jullie | kijken zwart | keken zwart |
| zij | kijken zwart | keken zwart |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is zwartgekeken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was zwartgekeken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd zwartgekeken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt zwartgekeken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal zwartgekeken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal zwartgekeken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou zwartgekeken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou zwartgekeken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had zwartgekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had zwartgekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had zwartgekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden zwartgekeken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden zwartgekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden zwartgekeken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt zwartgekeken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb zwartgekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben zwartgekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben zwartgekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben zwartgekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben zwartgekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt zwartgekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft zwartgekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft zwartgekeken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| keek zwart | verleden tijd |
| kijk zwart | gebiedende wijs |
| te hebben zwartgekeken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zwartkijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal zwartgekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal zwartgekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal zwartgekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zwartkijken | bijzin, toekomende tijd |
| zou zwartgekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou zwartgekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou zwartgekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou zwartkijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) zwartkijken zwart zou(dt) kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden zwartgekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden zwartgekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden zwartgekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden zwartkijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt zwartgekeken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt zwartkijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen zwartgekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen zwartgekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen zwartgekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zwartkijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zwartkijken | bijzin, toekomende tijd |
| zult zwartgekeken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zwartkijken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult zwartkijken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal zwartkijken zwart zult/zal kijken | bijzin, toekomende tijd |
| zwart te kijken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zwart te zullen kijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zwart zal kijken | bijzin, toekomende tijd |
| zwart zou kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zwart zouden kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zwart zoudt kijken | bijzin, voorwaardelijk |
| zwart zullen kijken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zwart zullen kijken | bijzin, toekomende tijd |
| zwart zult kijken | bijzin, toekomende tijd |
| zwartgekeken | verleden tijd, deelwoord |
| zwartgekeken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zwartgekeken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zwartkeek | bijzin, verleden tijd |
| zwartkeken | bijzin, verleden tijd |
| zwartkijk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zwartkijkend | onvoltooid, deelwoord |
| zwartkijkt | bijzin, tegenwoordige tijd |
Herkomst
samenstelling van zwart en kijken
Woordfamilie van zwartkijken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keek zwart | verleden tijd | zwartkijken |
| keken zwart | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zwartkijken |
| kijk zwart | gebiedende wijs | zwartkijken |
| kijke zwart | woordvorm | zwartkijken |
| kijken zwart | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | zwartkijken |
| kijkt zwart | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zwartkijken |
| zwartgekeken | voltooid deelwoord | zwartkijken |
| zwartkeek | subordinate-clause, verleden tijd | zwartkijken |
| zwartkeken | subordinate-clause, verleden tijd | zwartkijken |
| zwartkijk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | zwartkijken |
| zwartkijke | with-subordinate-clause | zwartkijken |
| zwartkijkend | onvoltooid deelwoord | zwartkijken |
| zwartkijkende | woordvorm | zwartkijken |
| zwartkijkt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | zwartkijken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwartkijken zijn vastgelegd.