zwartkijker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pessimist
- iemand die een televisietoestel in huis heeft zonder kijkgeld te betalen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwartkijkers | meervoud |
| zwartkijkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwartkijkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwart en kijker
Woordfamilie van zwartkijker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwartkijkers | meervoud | zwartkijker |
| zwartkijkertje | verkleinwoord | zwartkijker |
| zwartkijkertjes | verkleinwoord meervoud | zwartkijker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwartkijker zijn vastgelegd.