zwabber
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈzwɑbər/Betekenis
- uit draden bestaande schoonmaakhulpmiddel op een steel
Hoe spreek je zwabber uit?
/ˈzwɑbər/
Zwabber bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwabbers | meervoud |
| zwabbertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwabbertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwabberen
- gebiedende wijs van zwabberen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwabberen
Vervoeging van zwabber
zwabberhele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van zwabben met het achtervoegsel -er.
Woordfamilie van zwabber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwabbers | meervoud | zwabber |
| zwabbertje | verkleinwoord | zwabber |
| zwabbertjes | verkleinwoord meervoud | zwabber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwabber zijn vastgelegd.