Naar de inhoud

zulten

inleggen in azijn, al of niet met zout

zulten is meer dan één woord

zulten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. inleggen in azijn, al of niet met zout
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van zulten

zultenhele werkwoord — zultteverleden tijd enkelvoud — zulttenverleden tijd meervoud — gezultvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zult zultte
jij zult zultte
hij, zij, het zult zultte
wij zulten zultten
jullie zulten zultten
zij zulten zultten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gezult impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezult impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezult impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezult impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezult worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezult zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezult worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezult zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezult verleden tijd, deelwoord
gezult te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezult te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezult te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezult te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezult te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezult worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezult zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezult zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezult zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezult zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezult voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezult voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezult voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezult voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezult voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezult voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezult voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezult voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezult actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezult voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezult voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezult voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezult voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezult voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezult voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezult voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezult actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zulten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zulten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
waren gezult voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezult voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezult enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gezult enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gezult enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezult enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gezult hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezult hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezult hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezult worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezult zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zulten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zulten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zulten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gezult voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gezult hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezult hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezult hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezult worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezult zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zulten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zulten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zulten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezult hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezult hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezult hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezult worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezult zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zulten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zulten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zulten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezult hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zulten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezult hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezult hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezult hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezult worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezult zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zulten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zulten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zulten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zulten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gebiedende wijs
zult gezult hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zulten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zulte aanvoegende wijs
zultend onvoltooid, deelwoord
zultte verleden tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zulte

Woordfamilie van zulten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezult voltooid deelwoord zulten
gezulte woordvorm zulten
zultend onvoltooid deelwoord zulten
zultende woordvorm zulten
zultte verleden tijd zulten
zultten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zulten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zulten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zulten

Wat is de betekenis van zulten?
Zulten is een werkwoord. De betekenis is: inleggen in azijn, al of niet met zout. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik zulten?
Zo vervoeg je zulten zo: de tegenwoordige tijd is zult, de verleden tijd is zultte en het voltooid deelwoord is gezult. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zulten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. U 4
  3. L 3
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zulten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. U 2
  3. L 3
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zulten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zulten in het kort

zulten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zulten staan er 64 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zulten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zulten: inleggen in azijn, al of niet met zout
Deel zulten — standaardnederlands.nl