zondags
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ˈzɔndɑxsBetekenis
- op de zondag betrekking hebbend
- op zondagen
Hoe spreek je zondags uit?
/ˈzɔndɑxs/
Zondags bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zondagse | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Afgeleid van zondag met het achtervoegsel -s
Woordfamilie van zondags
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zondagse | verbogen vorm | zondags |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zondags zijn vastgelegd.