zondagspak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- net pak voor de zondag en soortgelijke gelegenheden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zondagspakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zondagspakjes | verkleinwoord, meervoud |
| zondagspakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zondag en pak met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zondagspak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zondagspakje | verkleinwoord | zondagspak |
| zondagspakjes | verkleinwoord meervoud | zondagspak |
| zondagspakken | meervoud | zondagspak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zondagspak zijn vastgelegd.