Naar de inhoud

ziften

de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef

ziften

werkwoord /ˈzɪftə(n)/

Betekenis

  1. de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef

Hoe spreek je ziften uit?

/ˈzɪftən/

Ziften bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzɪftən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
ɪ pit
f fiets
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ziften

ziftenhele werkwoord — ziftteverleden tijd enkelvoud — zifttenverleden tijd meervoud — geziftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zift ziftte
jij zift ziftte
hij, zij, het zift ziftte
wij ziften ziftten
jullie ziften ziftten
zij ziften ziftten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gezift voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gezift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gezift impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezift impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezift impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezift impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezift worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezift zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezift worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezift zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezift verleden tijd, deelwoord
gezift te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezift te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gezift te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezift te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezift te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezift worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezift zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gezift zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezift zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gezift zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezift voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezift voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezift voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezift voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezift voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezift actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezift voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezift voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezift voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gezift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gezift voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezift actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ziften actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ziften actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gezift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezift voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gezift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gezift voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gezift voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gezift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gezift voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gezift enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gezift enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gezift enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gezift enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gezift enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gezift enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gezift enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gezift enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gezift enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gezift enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gezift enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gezift enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gezift enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gezift hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezift hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezift hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gezift worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezift worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gezift zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezift zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ziften aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ziften aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ziften aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zift gebiedende wijs
zifte aanvoegende wijs
ziftend onvoltooid, deelwoord
ziftte verleden tijd
zijn gezift voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gezift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gezift voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gezift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gezift hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezift hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezift hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gezift worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezift worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gezift worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezift zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezift zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezift zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ziften aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ziften aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ziften aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezift hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezift hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezift hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezift worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gezift worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gezift worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gezift zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezift zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezift zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ziften aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ziften aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ziften aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezift hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezift worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gezift zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ziften aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezift hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezift hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezift hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezift worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gezift worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gezift worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gezift zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezift zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezift zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ziften actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ziften aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ziften aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ziften aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezift hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezift worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gezift zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ziften aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zeven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1461

Woordfamilie van ziften

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezift voltooid deelwoord ziften
gezifte woordvorm ziften
zift gebiedende wijs ziften
zifte aanvoegende wijs ziften
ziftend onvoltooid deelwoord ziften
ziftende woordvorm ziften
ziftte verleden tijd ziften
ziftten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ziften

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziften zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ziften

Hoe spreek je ziften uit?
De uitspraak van ziften is: /ˈzɪftə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent ziften?
Ziften is een werkwoord. Het woord betekent: de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef.
Hoe vervoeg je ziften?
Je vervoegt ziften als volgt: de tegenwoordige tijd is zift, de verleden tijd is ziftte en het voltooid deelwoord is gezift. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ziften?

Ziften rijmt op 5 woorden op -iften; stiften, kiften en muggenziften bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ziften, uitspraak ˈzɪftən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
stiften 2
kiften 2
muggenziften 4
distinctiedriften 5
schriften 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ziften is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. I 1
  3. F 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ziften levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. I 2
  3. F 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ziften telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ziften in het kort

ziften staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ziften zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ziften bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ziften: de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef
Deel ziften — standaardnederlands.nl