Naar de inhoud

zetelen

zitten

zetelen

werkwoord

Betekenis

  1. zitten
  2. als parlementslid werken
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van zetelen

zetelenhele werkwoord — zeteldeverleden tijd enkelvoud — zeteldenverleden tijd meervoud — gezeteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zetel zetelde
jij zetelt zetelde
hij, zij, het zetelt zetelde
wij zetelen zetelden
jullie zetelen zetelden
zij zetelen zetelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezeteld verleden tijd, deelwoord
gezeteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezeteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezeteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezeteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezeteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezeteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezeteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezeteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezeteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezeteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezeteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezeteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezeteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezeteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezeteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezeteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezeteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezeteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zetelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zetelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezeteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezeteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezeteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zetelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zetelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zetelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zetel gebiedende wijs
zetelde verleden tijd
zetele aanvoegende wijs
zetelend onvoltooid, deelwoord
zou gezeteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezeteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezeteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zetelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zetelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zetelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezeteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezeteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezeteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zetelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zetelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zetelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezeteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zetelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezeteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezeteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezeteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zetelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zetelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zetelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zetelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezeteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zetelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zetel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van zetelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezeteld voltooid deelwoord zetelen
zetelde verleden tijd zetelen
zetelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zetelen
zetele aanvoegende wijs zetelen
zetelend onvoltooid deelwoord zetelen
zetelende woordvorm zetelen
zetelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zetelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zetelen

Wat betekent zetelen?
Zetelen is een werkwoord. Het woord betekent: zitten. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je zetelen?
Je vervoegt zetelen als volgt: de tegenwoordige tijd is zetel, de verleden tijd is zetelde en het voltooid deelwoord is gezeteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zetelen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zetelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

zetelen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zetelen in het kort

zetelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van zetelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zetelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zetelen: zitten
Deel zetelen — standaardnederlands.nl