Naar de inhoud

zegevieren

de overwinning behalen

zegevieren

werkwoord /'zexəvirə(n)/

Betekenis

  1. de overwinning behalen

Hoe spreek je zegevieren uit?

/ˈzexəvirən/

Zegevieren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈzexəvirən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
e veel
x acht
ə de
v vis
i riet
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van zegevieren

zegevierenhele werkwoord — zegevierdeverleden tijd enkelvoud — zegevierdenverleden tijd meervoud — gezegevierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zegevier zegevierde
jij zegeviert zegevierde
hij, zij, het zegeviert zegevierde
wij zegevieren zegevierden
jullie zegevieren zegevierden
zij zegevieren zegevierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezegevierd verleden tijd, deelwoord
gezegevierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezegevierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezegevierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezegevierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezegevierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezegevierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezegevierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezegevierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezegevierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezegevierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezegevierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezegevierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezegevierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezegevierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezegevierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezegevierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezegevierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezegevierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zegevieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zegevieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezegevierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezegevierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezegevierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zegevier gebiedende wijs
zegevierde verleden tijd
zegeviere aanvoegende wijs
zegevierend onvoltooid, deelwoord
zou gezegevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezegevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezegevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezegevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezegevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezegevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezegevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezegevierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezegevierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezegevierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zegevieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezegevierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zegevieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘triomferen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1767

Woordfamilie van zegevieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezegevierd voltooid deelwoord zegevieren
zegevier gebiedende wijs zegevieren
zegevierde verleden tijd zegevieren
zegevierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zegevieren
zegeviere aanvoegende wijs zegevieren
zegeviert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zegevieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zegevieren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over zegevieren

Hoe spreek je zegevieren uit?
De uitspraak van zegevieren is: /'zexəvirə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent zegevieren?
Zegevieren is een werkwoord. Het woord betekent: de overwinning behalen.
Hoe vervoeg je zegevieren?
Je vervoegt zegevieren als volgt: de tegenwoordige tijd is zegevier, de verleden tijd is zegevierde en het voltooid deelwoord is gezegevierd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zegevieren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. I 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zegevieren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. I 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zegevieren in het kort

zegevieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zegevieren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zegevieren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zegevieren: de overwinning behalen
Deel zegevieren — standaardnederlands.nl