Naar de inhoud

zegepralen

met groot vertoon een overwinning vieren

zegepralen is meer dan één woord

zegepralen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met groot vertoon een overwinning vieren

Vervoeging van zegepralen

zegepralenhele werkwoord — zegepraaldeverleden tijd enkelvoud — zegepraaldenverleden tijd meervoud — gezegepraaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zegepraal zegepraalde
jij zegepraalt zegepraalde
hij, zij, het zegepraalt zegepraalde
wij zegepralen zegepraalden
jullie zegepralen zegepraalden
zij zegepralen zegepraalden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gezegepraald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezegepraald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezegepraald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezegepraald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezegepraald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezegepraald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezegepraald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezegepraald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezegepraald verleden tijd, deelwoord
gezegepraald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezegepraald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezegepraald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezegepraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezegepraald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezegepraald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezegepraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezegepraald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezegepraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezegepraald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezegepraald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezegepraald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezegepraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezegepraald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezegepraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezegepraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezegepraald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezegepraald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zegepralen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zegepralen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gezegepraald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezegepraald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezegepraald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zegepraal gebiedende wijs
zegepraalde verleden tijd
zegeprale aanvoegende wijs
zegepralend onvoltooid, deelwoord
zou gezegepraald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezegepraald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezegepraald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezegepraald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezegepraald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezegepraald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezegepraald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezegepraald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezegepraald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezegepraald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zegepralen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezegepraald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zegepralen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zegepraal

Herkomst

samenstelling van zege en pralen

Woordfamilie van zegepralen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezegepraald voltooid deelwoord zegepralen
zegepraalde verleden tijd zegepralen
zegepraalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zegepralen
zegepraalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zegepralen
zegeprale aanvoegende wijs zegepralen
zegepralend onvoltooid deelwoord zegepralen
zegepralende woordvorm zegepralen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zegepralen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zegepralen

Wat betekent zegepralen?
Zegepralen is een werkwoord. Het woord betekent: met groot vertoon een overwinning vieren.
Hoe vervoeg je zegepralen?
Je vervoegt zegepralen als volgt: de tegenwoordige tijd is zegepraal, de verleden tijd is zegepraalde en het voltooid deelwoord is gezegepraald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zegepralen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. P 3
  6. R 2
  7. A 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zegepralen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. P 4
  6. R 2
  7. A 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zegepralen in het kort

zegepralen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van zegepralen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zegepralen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zegepralen: met groot vertoon een overwinning vieren
Deel zegepralen — standaardnederlands.nl