| ev. |
gebiedende wijs
|
| gezant |
verleden tijd, deelwoord
|
| gezant te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gezant zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gezant |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gezant |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gezant |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gezant |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gezant |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gezant |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gezant |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gezant |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gezant |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gezant |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gezant |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gezant |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gezant |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gezant |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gezant |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te hebben gezant |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zanten |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen zanten |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal gezant hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gezant hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gezant hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zant |
gebiedende wijs
|
| zante |
aanvoegende wijs
|
| zantend |
onvoltooid, deelwoord
|
| zantte |
verleden tijd
|
| zou gezant hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gezant hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gezant hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gezant hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gezant hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gezant hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gezant hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gezant hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gezant hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gezant hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen zanten |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gezant hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult zanten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|