zangstem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stem die voor zingen geschikt is.
- de zangpartij in een compositie.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zangstemmen | meervoud |
| zangstemmetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zangstemmetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zang en stem
Woordfamilie van zangstem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zangstemmen | meervoud | zangstem |
| zangstemmetje | verkleinwoord | zangstem |
| zangstemmetjes | verkleinwoord meervoud | zangstem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zangstem zijn vastgelegd.