zandschilderen
werkwoordBetekenis
- een kunstvorm waarbij men beelden vormt door zand van verschillende kleuren te strooien
Vervoeging van zandschilderen
zandschilderenhele werkwoord — zandschilderdeverleden tijd enkelvoud — zandschilderdenverleden tijd meervoud — gezandschilderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zandschilder | zandschilderde |
| jij | zandschildert | zandschilderde |
| hij, zij, het | zandschildert | zandschilderde |
| wij | zandschilderen | zandschilderden |
| jullie | zandschilderen | zandschilderden |
| zij | zandschilderen | zandschilderden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezandschilderd | verleden tijd, deelwoord |
| gezandschilderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezandschilderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezandschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezandschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezandschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezandschilderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezandschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezandschilderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezandschilderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezandschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezandschilderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezandschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezandschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezandschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezandschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezandschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezandschilderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezandschilderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zandschilderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zandschilderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gezandschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezandschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezandschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zandschilder | gebiedende wijs |
| zandschilderde | verleden tijd |
| zandschildere | aanvoegende wijs |
| zandschilderend | onvoltooid, deelwoord |
| zou gezandschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezandschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezandschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezandschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezandschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezandschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezandschilderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezandschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezandschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezandschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zandschilderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezandschilderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zandschilderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van zand en schilderen
Woordfamilie van zandschilderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezandschilderd | voltooid deelwoord | zandschilderen |
| zandschilder | gebiedende wijs | zandschilderen |
| zandschilderde | verleden tijd | zandschilderen |
| zandschilderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zandschilderen |
| zandschilderend | onvoltooid deelwoord | zandschilderen |
| zandschilderende | woordvorm | zandschilderen |
| zandschildert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zandschilderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zandschilderen zijn vastgelegd.