worst
zelfstandig naamwoord wɔrstBetekenis
- een toegebonden eind darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar
- de overtreffende trap van bad: slechtst
Hoe spreek je worst uit?
/wɔrst/
Worst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| worsten | meervoud |
| worstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| worstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Ontwikkeld uit Middelnederlands worst, waarschijnlijk ontleend aan Oudhoogduits wurst (mod. Duits Wurst), uitsluitend aangetroffen in het Duitse taalgebied en de aangrenzende taalgebieden (Nederlands, Nedersaksisch en Fries). In de betekenis van ‘met vleeswaar gevulde darm’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240.
Woordfamilie van worst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| worsten | meervoud | worst |
| worstje | verkleinwoord | worst |
| worstjes | verkleinwoord meervoud | worst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van worst zijn vastgelegd.