vorst
zelfstandig naamwoord, werkwoord /vɔrst/Betekenis
- bos, woud
Hoe spreek je vorst uit?
/vɔrst/
Vorst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- heersend edelman, bijvoorbeeld een koning, monarch of keizer
- weersomstandigheden waarbij water in ijs verandert
- nok van een dak, bovenste rij pannen van een dak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vorsten | enkelvoud |
| vorstje | verkleinwoord, eerste persoon |
| vorstje | verkleinwoord, tweede persoon |
| vorstjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vorsen
- gebiedende wijs meervoud van vorsen
Vervoeging van vorst
vorsthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bos, woud’ voor het eerst aangetroffen in 856
Woordfamilie van vorst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vorstje | verkleinwoord, 1e persoon | vorst |
| vorstjes | verkleinwoord | vorst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vorst zijn vastgelegd.