Naar de inhoud

witten

een muur wit maken met kalk

witten is meer dan één woord

witten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een muur wit maken met kalk

Vervoeging van witten

wittenhele werkwoord — witteverleden tijd enkelvoud — gewitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wit witte
jij wit witte
hij, zij, het wit witte
wij witten —
jullie witten —
zij witten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewit verleden tijd, deelwoord
gewit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te witten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen witten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wit gebiedende wijs
witte verleden tijd
witte aanvoegende wijs
wittend onvoltooid, deelwoord
word gewit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal witten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal witten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal witten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou witten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou witten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou witten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden witten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden witten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden witten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt witten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gewit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gewit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen witten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen witten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen witten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen witten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult witten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wit

Woordfamilie van witten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewit voltooid deelwoord witten
gewitte woordvorm witten
wittend onvoltooid deelwoord witten
wittende woordvorm witten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van witten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over witten

Wat betekent witten?
Witten is een werkwoord. Het woord betekent: een muur wit maken met kalk.
Hoe vervoeg je witten?
Je vervoegt witten als volgt: de tegenwoordige tijd is wit, de verleden tijd is witte en het voltooid deelwoord is gewit. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord witten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

witten levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

witten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

witten in het kort

witten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van witten zijn 72 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort witten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

witten: een muur wit maken met kalk
Deel witten — standaardnederlands.nl