wensen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'ʋɛnsən/Betekenis
- verlangen, op iets hopen
- op iets hopen voor iemand, toewensen
Hoe spreek je wensen uit?
/ˈwɛnsən/
Wensen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wensen
wensenhele werkwoord — wensteverleden tijd enkelvoud — wenstenverleden tijd meervoud — gewenstvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wens | wenste |
| jij | wenst | wenste |
| hij, zij, het | wenst | wenste |
| wij | wensen | wensten |
| jullie | wensen | wensten |
| zij | wensen | wensten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewenst | verleden tijd, deelwoord |
| gewenst te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewenst zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewenst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewenst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewenst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewenst | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewenst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewenst | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewenst | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewenst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewenst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewenst | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewenst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewenst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewenst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewenst | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewenst | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewenst | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wensen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wensen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wens | gebiedende wijs |
| wense | aanvoegende wijs |
| wensend | onvoltooid, deelwoord |
| wenste | verleden tijd |
| zal gewenst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewenst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewenst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wensen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wensen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wensen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewenst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewenst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewenst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wensen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wensen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wensen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewenst hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewenst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewenst hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wensen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wensen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wensen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewenst hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wensen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewenst hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewenst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewenst hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wensen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wensen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wensen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wensen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewenst hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wensen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wens
Woordfamilie van wensen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wense | aanvoegende wijs | wensen |
| wensend | onvoltooid deelwoord | wensen |
| wensende | woordvorm | wensen |
| wenst | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wensen |
| wenste | verleden tijd | wensen |
| wensten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wensen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wensen zijn vastgelegd.