Naar de inhoud

wegvaren

met een vaartuig weggaan

wegvaren

werkwoord ˈwɛxfarə(n)

Betekenis

  1. met een vaartuig weggaan

Hoe spreek je wegvaren uit?

/ˈwɛxfarən/

Wegvaren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxfarən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
f fiets
a maan
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wegvaren

wegvarenhele werkwoord — voer wegverleden tijd enkelvoud — voeren wegverleden tijd meervoud — weggevarenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vaar weg voer weg
jij vaart weg voer weg
hij, zij, het vaart weg voer weg
wij varen weg voeren weg
jullie varen weg voeren weg
zij varen weg voeren weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggevaren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegvaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vaar weg gebiedende wijs
voer weg(vaarde weg) * verleden tijd
waart weggevaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevaren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggevaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevaren voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggevaren voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggevaren voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggevaren voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te varen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen varen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal varen bijzin, toekomende tijd
weg zou varen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden varen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt varen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen varen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen varen bijzin, toekomende tijd
weg zult varen bijzin, toekomende tijd
weggevaren verleden tijd, deelwoord
weggevaren te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevaren zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegvaar bijzin, tegenwoordige tijd
wegvaart bijzin, tegenwoordige tijd
wegvarend onvoltooid, deelwoord
wegvoer bijzin, verleden tijd
wegvoeren bijzin, verleden tijd
zal weggevaren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevaren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggevaren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegvaren bijzin, toekomende tijd
zijn weggevaren actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggevaren voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggevaren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevaren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevaren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegvaren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegvaren weg zou(dt) varen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggevaren zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggevaren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggevaren zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegvaren bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggevaren zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegvaren bijzin, voorwaardelijk
zullen weggevaren zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggevaren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggevaren zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegvaren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegvaren bijzin, toekomende tijd
zult weggevaren zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegvaren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegvaren bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegvaren weg zult/zal varen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en varen ww

Woordfamilie van wegvaren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vaar weg gebiedende wijs wegvaren
vaarde weg woordvorm wegvaren
vaart weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegvaren
vare weg woordvorm wegvaren
varen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegvaren
weggevaren voltooid deelwoord wegvaren
wegvaar subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegvaren
wegvaart subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegvaren
wegvare with-subordinate-clause wegvaren
wegvarend onvoltooid deelwoord wegvaren
wegvarende woordvorm wegvaren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegvaren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegvaren

Hoe spreek ik wegvaren uit?
Zo spreek je wegvaren uit: /ˈwɛxfarə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wegvaren?
Wegvaren is een werkwoord. De betekenis is: met een vaartuig weggaan.
Hoe vervoeg ik wegvaren?
Zo vervoeg je wegvaren zo: het voltooid deelwoord is weggevaren. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegvaren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegvaren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. A 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegvaren in het kort

wegvaren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegvaren staan er 47 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegvaren bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegvaren: met een vaartuig weggaan
Deel wegvaren — standaardnederlands.nl