Naar de inhoud

wegvoeren

op geleide wijze iets of iemand weg doen gaan

wegvoeren

werkwoord

Betekenis

  1. op geleide wijze iets of iemand weg doen gaan
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van wegvoeren

wegvoerenhele werkwoord — voerde wegverleden tijd enkelvoud — voerden wegverleden tijd meervoud — weggevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer weg voerde weg
jij voert weg voerde weg
hij, zij, het voert weg voerde weg
wij voeren weg voerden weg
jullie voeren weg voerden weg
zij voeren weg voerden weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weggevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer weg gebiedende wijs
voerde weg verleden tijd
waart weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal voeren bijzin, toekomende tijd
weg zou voeren bijzin, voorwaardelijk
weg zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
weg zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen voeren bijzin, toekomende tijd
weg zult voeren bijzin, toekomende tijd
weggevoerd verleden tijd, deelwoord
weggevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegvoer bijzin, tegenwoordige tijd
wegvoerde bijzin, verleden tijd
wegvoerden bijzin, verleden tijd
wegvoerend onvoltooid, deelwoord
wegvoert bijzin, tegenwoordige tijd
werd weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegvoeren weg zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegvoeren bijzin, toekomende tijd
zult weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van wegvaren

Vervoeging van wegvoeren

wegvoerenhele werkwoord — voerde wegverleden tijd enkelvoud — voerden wegverleden tijd meervoud — weggevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer weg voerde weg
jij voert weg voerde weg
hij, zij, het voert weg voerde weg
wij voeren weg voerden weg
jullie voeren weg voerden weg
zij voeren weg voerden weg
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weggevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer weg gebiedende wijs
voerde weg verleden tijd
waart weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal voeren bijzin, toekomende tijd
weg zou voeren bijzin, voorwaardelijk
weg zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
weg zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen voeren bijzin, toekomende tijd
weg zult voeren bijzin, toekomende tijd
weggevoerd verleden tijd, deelwoord
weggevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegvoer bijzin, tegenwoordige tijd
wegvoerde bijzin, verleden tijd
wegvoerden bijzin, verleden tijd
wegvoerend onvoltooid, deelwoord
wegvoert bijzin, tegenwoordige tijd
werd weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegvoeren weg zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegvoeren bijzin, toekomende tijd
zult weggevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weg bw en voeren ww

Woordfamilie van wegvoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
voerde weg verleden tijd wegvoeren
voerden weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegvoeren
voere weg woordvorm wegvoeren
voert weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegvoeren
weggevoerd voltooid deelwoord wegvoeren
weggevoerde woordvorm wegvoeren
wegvoerde subordinate-clause, verleden tijd wegvoeren
wegvoerden subordinate-clause, verleden tijd wegvoeren
wegvoere with-subordinate-clause wegvoeren
wegvoerend onvoltooid deelwoord wegvoeren
wegvoerende woordvorm wegvoeren
wegvoert subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegvoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegvoeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegvoeren

Wat betekent wegvoeren?
Wegvoeren is een werkwoord. Het woord betekent: op geleide wijze iets of iemand weg doen gaan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je wegvoeren?
Je vervoegt wegvoeren als volgt: het voltooid deelwoord is weggevoerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegvoeren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegvoeren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. V 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegvoeren in het kort

wegvoeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van wegvoeren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegvoeren bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegvoeren: op geleide wijze iets of iemand weg doen gaan
Deel wegvoeren — standaardnederlands.nl