wegvoeren
werkwoordBetekenis
- op geleide wijze iets of iemand weg doen gaan
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van wegvoeren
wegvoerenhele werkwoord — voerde wegverleden tijd enkelvoud — voerden wegverleden tijd meervoud — weggevoerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voer weg | voerde weg |
| jij | voert weg | voerde weg |
| hij, zij, het | voert weg | voerde weg |
| wij | voeren weg | voerden weg |
| jullie | voeren weg | voerden weg |
| zij | voeren weg | voerden weg |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is weggevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggevoerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggevoerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggevoerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggevoerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voer weg | gebiedende wijs |
| voerde weg | verleden tijd |
| waart weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te voeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal voeren | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen voeren | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult voeren | bijzin, toekomende tijd |
| weggevoerd | verleden tijd, deelwoord |
| weggevoerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggevoerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggevoerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggevoerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggevoerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggevoerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegvoer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegvoerde | bijzin, verleden tijd |
| wegvoerden | bijzin, verleden tijd |
| wegvoerend | onvoltooid, deelwoord |
| wegvoert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| werd weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegvoeren weg zou(dt) voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van wegvaren
Vervoeging van wegvoeren
wegvoerenhele werkwoord — voerde wegverleden tijd enkelvoud — voerden wegverleden tijd meervoud — weggevoerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voer weg | voerde weg |
| jij | voert weg | voerde weg |
| hij, zij, het | voert weg | voerde weg |
| wij | voeren weg | voerden weg |
| jullie | voeren weg | voerden weg |
| zij | voeren weg | voerden weg |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is weggevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggevoerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggevoerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggevoerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggevoerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voer weg | gebiedende wijs |
| voerde weg | verleden tijd |
| waart weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te voeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal voeren | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen voeren | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult voeren | bijzin, toekomende tijd |
| weggevoerd | verleden tijd, deelwoord |
| weggevoerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggevoerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggevoerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggevoerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggevoerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggevoerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggevoerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegvoer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegvoerde | bijzin, verleden tijd |
| wegvoerden | bijzin, verleden tijd |
| wegvoerend | onvoltooid, deelwoord |
| wegvoert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| werd weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggevoerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegvoeren weg zou(dt) voeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggevoerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegvoeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggevoerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggevoerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegvoeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegvoeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegvoeren | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van weg bw en voeren ww
Woordfamilie van wegvoeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voerde weg | verleden tijd | wegvoeren |
| voerden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegvoeren |
| voere weg | woordvorm | wegvoeren |
| voert weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegvoeren |
| weggevoerd | voltooid deelwoord | wegvoeren |
| weggevoerde | woordvorm | wegvoeren |
| wegvoerde | subordinate-clause, verleden tijd | wegvoeren |
| wegvoerden | subordinate-clause, verleden tijd | wegvoeren |
| wegvoere | with-subordinate-clause | wegvoeren |
| wegvoerend | onvoltooid deelwoord | wegvoeren |
| wegvoerende | woordvorm | wegvoeren |
| wegvoert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegvoeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegvoeren zijn vastgelegd.