Naar de inhoud

wegtrekken

~ uit: een bepaald gebied verlaten

wegtrekken

werkwoord ˈwɛxtrɛkə(n)

Betekenis

  1. ~ uit: een bepaald gebied verlaten
  2. ~ uit: iets kwijtraken omdat het verdwenen is
  3. iets ~: door trekken iets verwijderen

Hoe spreek je wegtrekken uit?

/ˈwɛxtrɛkən/

Wegtrekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɛxtrɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɛ bed
x acht
t tak
r rood
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wegtrekken

wegtrekkenhele werkwoord — trok wegverleden tijd enkelvoud — trokken wegverleden tijd meervoud — weggetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek weg trok weg
jij trekt weg trok weg
hij, zij, het trekt weg trok weg
wij trekken weg trokken weg
jullie trekken weg trokken weg
zij trekken weg trokken weg
Alle 118 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weggetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggetrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggetrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggetrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggetrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggetrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggetrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggetrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn weggetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek weg gebiedende wijs
trok weg verleden tijd
waart weggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal trekken bijzin, toekomende tijd
weg zou trekken bijzin, voorwaardelijk
weg zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
weg zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen trekken bijzin, toekomende tijd
weg zult trekken bijzin, toekomende tijd
weggetrokken verleden tijd, deelwoord
weggetrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggetrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggetrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggetrokken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggetrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggetrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggetrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggetrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggetrokken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggetrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegtrek bijzin, tegenwoordige tijd
wegtrekkend onvoltooid, deelwoord
wegtrekt bijzin, tegenwoordige tijd
wegtrok bijzin, verleden tijd
wegtrokken bijzin, verleden tijd
werd weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weggetrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegtrekken bijzin, toekomende tijd
zijn weggetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegtrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegtrekken weg zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegtrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegtrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegtrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegtrekken bijzin, toekomende tijd
zult weggetrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegtrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegtrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegtrekken weg zult/zal trekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en trekken

Woordfamilie van wegtrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
trek weg gebiedende wijs wegtrekken
trekke weg woordvorm wegtrekken
trekken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegtrekken
trekt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegtrekken
trok weg verleden tijd wegtrekken
trokken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegtrekken
weggetrokken voltooid deelwoord wegtrekken
wegtrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegtrekken
wegtrekke with-subordinate-clause wegtrekken
wegtrekkend onvoltooid deelwoord wegtrekken
wegtrekkende woordvorm wegtrekken
wegtrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegtrekken
wegtrok subordinate-clause, verleden tijd wegtrekken
wegtrokken subordinate-clause, verleden tijd wegtrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegtrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegtrekken

Hoe spreek ik wegtrekken uit?
Zo spreek je wegtrekken uit: /ˈwɛxtrɛkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wegtrekken?
Wegtrekken is een werkwoord. De betekenis is: ~ uit: een bepaald gebied verlaten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegtrekken?
Zo vervoeg je wegtrekken zo: het voltooid deelwoord is weggetrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegtrekken is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegtrekken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. T 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegtrekken in het kort

wegtrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegtrekken staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegtrekken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegtrekken: ~ uit: een bepaald gebied verlaten
Deel wegtrekken — standaardnederlands.nl