Naar de inhoud

wegtrappen

met een schop verwijderen

wegtrappen

werkwoord

Betekenis

  1. met een schop verwijderen

Vervoeging van wegtrappen

wegtrappenhele werkwoord — trapte wegverleden tijd enkelvoud — trapten wegverleden tijd meervoud — weggetraptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trap weg trapte weg
jij trapt weg trapte weg
hij, zij, het trapt weg trapte weg
wij trappen weg trapten weg
jullie trappen weg trapten weg
zij trappen weg trapten weg
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is weggetrapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggetrapt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggetrapt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggetrapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggetrapt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggetrapt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggetrapt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggetrapt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weggetrapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggetrapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggetrapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggetrapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggetrapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggetrapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggetrapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggetrapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weggetrapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegtrappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trap weg gebiedende wijs
trapte weg verleden tijd
waren weggetrapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggetrapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te trappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen trappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal trappen bijzin, toekomende tijd
weg zou trappen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden trappen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt trappen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen trappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen trappen bijzin, toekomende tijd
weg zult trappen bijzin, toekomende tijd
weggetrapt verleden tijd, deelwoord
weggetrapt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggetrapt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggetrapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggetrapt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggetrapt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggetrapt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggetrapt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggetrapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggetrapt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggetrapt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegtrap bijzin, tegenwoordige tijd
wegtrappend onvoltooid, deelwoord
wegtrapt bijzin, tegenwoordige tijd
wegtrapte bijzin, verleden tijd
wegtrapten bijzin, verleden tijd
werd weggetrapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden weggetrapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden weggetrapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggetrapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal weggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggetrapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggetrapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegtrappen bijzin, toekomende tijd
zijn weggetrapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou weggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggetrapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggetrapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegtrappen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegtrappen weg zou(dt) trappen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggetrapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggetrapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegtrappen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggetrapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegtrappen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggetrapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggetrapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegtrappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegtrappen bijzin, toekomende tijd
zult weggetrapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegtrappen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegtrappen bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegtrappen weg zult/zal trappen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en trappen

Woordfamilie van wegtrappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
trap weg gebiedende wijs wegtrappen
trappe weg woordvorm wegtrappen
trappen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegtrappen
trapt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegtrappen
trapte weg verleden tijd wegtrappen
trapten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegtrappen
weggetrapt voltooid deelwoord wegtrappen
weggetrapte woordvorm wegtrappen
wegtrap subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegtrappen
wegtrappe with-subordinate-clause wegtrappen
wegtrappend onvoltooid deelwoord wegtrappen
wegtrappende woordvorm wegtrappen
wegtrapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegtrappen
wegtrapte subordinate-clause, verleden tijd wegtrappen
wegtrapten subordinate-clause, verleden tijd wegtrappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegtrappen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegtrappen

Wat betekent wegtrappen?
Wegtrappen is een werkwoord. Het woord betekent: met een schop verwijderen.
Hoe vervoeg je wegtrappen?
Je vervoegt wegtrappen als volgt: het voltooid deelwoord is weggetrapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegtrappen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. T 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. P 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegtrappen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. T 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. P 4
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegtrappen in het kort

wegtrappen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van wegtrappen zijn 78 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort wegtrappen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

wegtrappen: met een schop verwijderen
Deel wegtrappen — standaardnederlands.nl