Naar de inhoud

wegslinken

geleidelijk aan omvang verliezen tot er niets overblijft

wegslinken

werkwoord

Betekenis

  1. geleidelijk aan omvang verliezen tot er niets overblijft
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van wegslinken

wegslinkenhele werkwoord — slonk wegverleden tijd enkelvoud — slonken wegverleden tijd meervoud — weggeslonkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slink weg slonk weg
jij slinkt weg slonk weg
hij, zij, het slinkt weg slonk weg
wij slinken weg slonken weg
jullie slinken weg slonken weg
zij slinken weg slonken weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slink weg gebiedende wijs
slonk weg verleden tijd
te zijn weggeslonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wegslinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggeslonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeslonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggeslonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggeslonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggeslonken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggeslonken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggeslonken voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te slinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen slinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal slinken bijzin, toekomende tijd
weg zou slinken bijzin, voorwaardelijk
weg zouden slinken bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt slinken bijzin, voorwaardelijk
weg zullen slinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen slinken bijzin, toekomende tijd
weg zult slinken bijzin, toekomende tijd
weggeslonken verleden tijd, deelwoord
weggeslonken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggeslonken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegslink bijzin, tegenwoordige tijd
wegslinkend onvoltooid, deelwoord
wegslinkt bijzin, tegenwoordige tijd
wegslonk bijzin, verleden tijd
wegslonken bijzin, verleden tijd
zal weggeslonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggeslonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggeslonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal wegslinken bijzin, toekomende tijd
zijn weggeslonken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggeslonken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggeslonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggeslonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggeslonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou wegslinken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) wegslinken weg zou(dt) slinken bijzin, voorwaardelijk
zouden weggeslonken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggeslonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggeslonken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden wegslinken bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggeslonken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt wegslinken bijzin, voorwaardelijk
zullen weggeslonken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggeslonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggeslonken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wegslinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen wegslinken bijzin, toekomende tijd
zult weggeslonken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wegslinken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult wegslinken bijzin, toekomende tijd
zult/zal wegslinken weg zult/zal slinken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg en slinken

Woordfamilie van wegslinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
slink weg gebiedende wijs wegslinken
slinke weg woordvorm wegslinken
slinken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon wegslinken
slinkt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wegslinken
slonk weg verleden tijd wegslinken
slonken weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wegslinken
weggeslonken voltooid deelwoord wegslinken
wegslink subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegslinken
wegslinke with-subordinate-clause wegslinken
wegslinkend onvoltooid deelwoord wegslinken
wegslinkende woordvorm wegslinken
wegslinkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd wegslinken
wegslonk subordinate-clause, verleden tijd wegslinken
wegslonken subordinate-clause, verleden tijd wegslinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegslinken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over wegslinken

Wat is de betekenis van wegslinken?
Wegslinken is een werkwoord. De betekenis is: geleidelijk aan omvang verliezen tot er niets overblijft. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wegslinken?
Zo vervoeg je wegslinken zo: het voltooid deelwoord is weggeslonken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wegslinken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wegslinken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. S 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wegslinken in het kort

wegslinken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wegslinken staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wegslinken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wegslinken: geleidelijk aan omvang verliezen tot er niets overblijft
Deel wegslinken — standaardnederlands.nl