wegschuiven
werkwoordBetekenis
- door schuiven van zijn plaats brengen
Vervoeging van wegschuiven
wegschuivenhele werkwoord — schoof wegverleden tijd enkelvoud — schoven wegverleden tijd meervoud — weggeschovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schuif weg | schoof weg |
| jij | schuift weg | schoof weg |
| hij, zij, het | schuift weg | schoof weg |
| wij | schuiven weg | schoven weg |
| jullie | schuiven weg | schoven weg |
| zij | schuiven weg | schoven weg |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is weggeschoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggeschoven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggeschoven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggeschoven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggeschoven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggeschoven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggeschoven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggeschoven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggeschoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggeschoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggeschoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggeschoven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggeschoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggeschoven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggeschoven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggeschoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggeschoven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schoof weg | verleden tijd |
| schuif weg | gebiedende wijs |
| te hebben weggeschoven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegschuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg te schuiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen schuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal schuiven | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen schuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen schuiven | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult schuiven | bijzin, toekomende tijd |
| weggeschoven | verleden tijd, deelwoord |
| weggeschoven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggeschoven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| wegschoof | bijzin, verleden tijd |
| wegschoven | bijzin, verleden tijd |
| wegschuif | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegschuift | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegschuivend | onvoltooid, deelwoord |
| zal weggeschoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggeschoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggeschoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegschuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zou weggeschoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggeschoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggeschoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegschuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegschuiven weg zou(dt) schuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggeschoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggeschoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggeschoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegschuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggeschoven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegschuiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggeschoven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggeschoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggeschoven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegschuiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegschuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggeschoven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegschuiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegschuiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegschuiven weg zult/zal schuiven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg en schuiven
Woordfamilie van wegschuiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoof weg | verleden tijd | wegschuiven |
| schoven weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegschuiven |
| schuif weg | gebiedende wijs | wegschuiven |
| schuift weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegschuiven |
| schuive weg | woordvorm | wegschuiven |
| schuiven weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegschuiven |
| weggeschoven | voltooid deelwoord | wegschuiven |
| wegschoof | subordinate-clause, verleden tijd | wegschuiven |
| wegschoven | subordinate-clause, verleden tijd | wegschuiven |
| wegschuif | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegschuiven |
| wegschuift | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegschuiven |
| wegschuive | with-subordinate-clause | wegschuiven |
| wegschuivend | onvoltooid deelwoord | wegschuiven |
| wegschuivende | woordvorm | wegschuiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegschuiven zijn vastgelegd.