Naar de inhoud

weglopen

een plaats verlaten

weglopen

werkwoord

Betekenis

  1. een plaats verlaten
  2. ~ van iemand of iets verlaten (al dan niet lopend)

Vervoeging van weglopen

weglopenhele werkwoord — liep wegverleden tijd enkelvoud — liepen wegverleden tijd meervoud — weggelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop weg liep weg
jij loopt weg liep weg
hij, zij, het loopt weg liep weg
wij lopen weg liepen weg
jullie lopen weg liepen weg
zij lopen weg liepen weg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
liep weg verleden tijd
loop weg gebiedende wijs
te zijn weggelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weglopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weggelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weggelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weggelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weggelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weggelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal lopen bijzin, toekomende tijd
weg zou lopen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen lopen bijzin, toekomende tijd
weg zult lopen bijzin, toekomende tijd
weggelopen verleden tijd, deelwoord
weggelopen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggelopen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
wegliep bijzin, verleden tijd
wegliepen bijzin, verleden tijd
wegloop bijzin, tegenwoordige tijd
wegloopt bijzin, tegenwoordige tijd
weglopend onvoltooid, deelwoord
zal weggelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weglopen bijzin, toekomende tijd
zijn weggelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weggelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weggelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weglopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weglopen weg zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weglopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weglopen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weglopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weglopen bijzin, toekomende tijd
zult weggelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weglopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult weglopen bijzin, toekomende tijd
zult/zal weglopen weg zult/zal lopen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en lopen

Woordfamilie van weglopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
liep weg verleden tijd weglopen
liepen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weglopen
loop weg gebiedende wijs weglopen
loopt weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weglopen
lope weg woordvorm weglopen
lopen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weglopen
weggelopen voltooid deelwoord weglopen
wegliep subordinate-clause, verleden tijd weglopen
wegliepen subordinate-clause, verleden tijd weglopen
wegloopen woordvorm weglopen
wegloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd weglopen
weglope with-subordinate-clause weglopen
weglopend onvoltooid deelwoord weglopen
weglopende woordvorm weglopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weglopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over weglopen

Wat is de betekenis van weglopen?
Weglopen is een werkwoord. De betekenis is: een plaats verlaten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik weglopen?
Zo vervoeg je weglopen zo: het voltooid deelwoord is weggelopen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weglopen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weglopen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weglopen in het kort

weglopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van weglopen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort weglopen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

weglopen: een plaats verlaten
Deel weglopen — standaardnederlands.nl