Naar de inhoud

weggrissen

snel en inhalig iets weghalen

weggrissen

werkwoord

Betekenis

  1. snel en inhalig iets weghalen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van weggrissen

weggrissenhele werkwoord — griste wegverleden tijd enkelvoud — gristen wegverleden tijd meervoud — weggegristvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gris weg griste weg
jij grist weg griste weg
hij, zij, het grist weg griste weg
wij grissen weg gristen weg
jullie grissen weg gristen weg
zij grissen weg gristen weg
Alle 107 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is weggegrist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggegrist impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggegrist impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggegrist impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggegrist worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggegrist zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggegrist worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggegrist zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gris weg gebiedende wijs
griste weg verleden tijd
had weggegrist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggegrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggegrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggegrist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggegrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggegrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggegrist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggegrist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weggegrist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weggrissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren weggegrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggegrist voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te grissen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen grissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal grissen bijzin, toekomende tijd
weg zou grissen bijzin, voorwaardelijk
weg zouden grissen bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt grissen bijzin, voorwaardelijk
weg zullen grissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen grissen bijzin, toekomende tijd
weg zult grissen bijzin, toekomende tijd
weggegrist verleden tijd, deelwoord
weggegrist te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggegrist te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggegrist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggegrist te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggegrist te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggegrist worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggegrist zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggegrist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggegrist zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggegrist zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggris bijzin, tegenwoordige tijd
weggrissend onvoltooid, deelwoord
weggrist bijzin, tegenwoordige tijd
weggriste bijzin, verleden tijd
weggristen bijzin, verleden tijd
werd weggegrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden weggegrist enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden weggegrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggegrist enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal weggegrist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggegrist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggegrist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggegrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggegrist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weggrissen bijzin, toekomende tijd
zijn weggegrist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou weggegrist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggegrist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggegrist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggegrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggegrist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weggrissen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weggrissen weg zou(dt) grissen bijzin, voorwaardelijk
zouden weggegrist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggegrist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggegrist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggegrist worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggegrist zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weggrissen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggegrist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weggrissen bijzin, voorwaardelijk
zullen weggegrist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggegrist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggegrist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggegrist worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggegrist zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggrissen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weggrissen bijzin, toekomende tijd
zult weggegrist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggrissen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult weggrissen bijzin, toekomende tijd
zult/zal weggrissen weg zult/zal grissen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg bw en grissen

Woordfamilie van weggrissen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gris weg gebiedende wijs weggrissen
grisse weg woordvorm weggrissen
grissen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weggrissen
grist weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weggrissen
griste weg verleden tijd weggrissen
gristen weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weggrissen
weggegrist voltooid deelwoord weggrissen
weggegriste woordvorm weggrissen
weggris subordinate-clause, tegenwoordige tijd weggrissen
weggrisse with-subordinate-clause weggrissen
weggrissend onvoltooid deelwoord weggrissen
weggrissende woordvorm weggrissen
weggrist subordinate-clause, tegenwoordige tijd weggrissen
weggriste subordinate-clause, verleden tijd weggrissen
weggristen subordinate-clause, verleden tijd weggrissen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weggrissen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over weggrissen

Wat betekent weggrissen?
Weggrissen is een werkwoord. Het woord betekent: snel en inhalig iets weghalen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je weggrissen?
Je vervoegt weggrissen als volgt: het voltooid deelwoord is weggegrist. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weggrissen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. R 2
  6. I 1
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weggrissen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. R 2
  6. I 2
  7. S 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weggrissen in het kort

weggrissen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van weggrissen zijn 78 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weggrissen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weggrissen: snel en inhalig iets weghalen
Deel weggrissen — standaardnederlands.nl