wegglijden
werkwoord ˈwɛxlɛidə(n)Betekenis
- zich in een onbedoelde richting gaan verplaatsen
- weggaan met een gelijkmatige beweging als over een glad oppervlak
- met een glijdende beweging naar beneden gaan
Hoe spreek je wegglijden uit?
/ˈwɛxlɛidən/
Wegglijden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wegglijden
wegglijdenhele werkwoord — gleed wegverleden tijd enkelvoud — gleden wegverleden tijd meervoud — weggegledenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | glij weg | gleed weg |
| jij | glijdt weg | gleed weg |
| hij, zij, het | glijdt weg | gleed weg |
| wij | glijden weg | gleden weg |
| jullie | glijden weg | gleden weg |
| zij | glijden weg | gleden weg |
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gleed weg | verleden tijd |
| glij weg | gebiedende wijs |
| glijd weg | gebiedende wijs |
| is weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn weggegleden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wegglijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggegleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggegleden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggegleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggegleden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggegleden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggegleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggegleden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te glijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen glijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal glijden | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou glijden | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden glijden | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt glijden | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen glijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen glijden | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult glijden | bijzin, toekomende tijd |
| weggegleden | verleden tijd, deelwoord |
| weggegleden te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggegleden zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggleden | bijzin, verleden tijd |
| weggleed | bijzin, verleden tijd |
| wegglij | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegglijd | bijzin, tegenwoordige tijd |
| wegglijdend | onvoltooid, deelwoord |
| wegglijdt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| zal weggegleden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggegleden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggegleden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal wegglijden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggegleden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggegleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggegleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggegleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou wegglijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) wegglijden weg zou(dt) glijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggegleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggegleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggegleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden wegglijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggegleden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt wegglijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggegleden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggegleden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggegleden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wegglijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen wegglijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggegleden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wegglijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult wegglijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal wegglijden weg zult/zal glijden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg bw en glijden ww
Woordfamilie van wegglijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gleden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wegglijden |
| gleed weg | verleden tijd | wegglijden |
| glij weg | gebiedende wijs | wegglijden |
| glijd weg | gebiedende wijs | wegglijden |
| glijde weg | woordvorm | wegglijden |
| glijden weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | wegglijden |
| glijdt weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wegglijden |
| weggegleden | voltooid deelwoord | wegglijden |
| weggleden | subordinate-clause, verleden tijd | wegglijden |
| weggleed | subordinate-clause, verleden tijd | wegglijden |
| wegglij | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegglijden |
| wegglijd | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegglijden |
| wegglijde | with-subordinate-clause | wegglijden |
| wegglijdend | onvoltooid deelwoord | wegglijden |
| wegglijdende | woordvorm | wegglijden |
| wegglijdt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | wegglijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wegglijden zijn vastgelegd.