weggieten
werkwoordBetekenis
- gietend verwijderen
Vervoeging van weggieten
weggietenhele werkwoord — goot wegverleden tijd enkelvoud — goten wegverleden tijd meervoud — weggegotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | giet weg | goot weg |
| jij | giet weg | goot weg |
| hij, zij, het | giet weg | goot weg |
| wij | gieten weg | goten weg |
| jullie | gieten weg | goten weg |
| zij | gieten weg | goten weg |
Alle 106 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is weggegoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggegoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggegoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggegoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggegoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggegoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggegoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggegoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| giet weg | gebiedende wijs |
| goot weg | verleden tijd |
| had weggegoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggegoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggegoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben weggegoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen weggieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren weggegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te gieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen gieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal gieten | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou gieten | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden gieten | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt gieten | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen gieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen gieten | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult gieten | bijzin, toekomende tijd |
| weggegoten | verleden tijd, deelwoord |
| weggegoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggegoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggegoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggegoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggegoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggegoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggegoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggegoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggegoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggegoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggiet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weggietend | onvoltooid, deelwoord |
| weggoot | bijzin, verleden tijd |
| weggoten | bijzin, verleden tijd |
| werd weggegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden weggegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden weggegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal weggieten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou weggegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou weggieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) weggieten weg zou(dt) gieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden weggieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt weggieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen weggieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult weggieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult weggieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal weggieten weg zult/zal gieten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van weg en gieten
Woordfamilie van weggieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| giet weg | gebiedende wijs | weggieten |
| giete weg | woordvorm | weggieten |
| gieten weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | weggieten |
| goot weg | verleden tijd | weggieten |
| goten weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | weggieten |
| weggegoten | voltooid deelwoord | weggieten |
| weggiet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | weggieten |
| weggiete | with-subordinate-clause | weggieten |
| weggietend | onvoltooid deelwoord | weggieten |
| weggietende | woordvorm | weggieten |
| weggoot | subordinate-clause, verleden tijd | weggieten |
| weggoten | subordinate-clause, verleden tijd | weggieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weggieten zijn vastgelegd.