Naar de inhoud

weggieten

gietend verwijderen

weggieten

werkwoord

Betekenis

  1. gietend verwijderen

Vervoeging van weggieten

weggietenhele werkwoord — goot wegverleden tijd enkelvoud — goten wegverleden tijd meervoud — weggegotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik giet weg goot weg
jij giet weg goot weg
hij, zij, het giet weg goot weg
wij gieten weg goten weg
jullie gieten weg goten weg
zij gieten weg goten weg
Alle 106 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is weggegoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weggegoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weggegoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weggegoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weggegoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weggegoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weggegoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weggegoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
giet weg gebiedende wijs
goot weg verleden tijd
had weggegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weggegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weggegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weggegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weggegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weggegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weggegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weggegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weggieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren weggegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weggegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
weg te gieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weg te zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weg zal gieten bijzin, toekomende tijd
weg zou gieten bijzin, voorwaardelijk
weg zouden gieten bijzin, voorwaardelijk
weg zoudt gieten bijzin, voorwaardelijk
weg zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weg zullen gieten bijzin, toekomende tijd
weg zult gieten bijzin, toekomende tijd
weggegoten verleden tijd, deelwoord
weggegoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggegoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weggegoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggegoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggegoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weggegoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggegoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weggegoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggegoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggegoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weggiet bijzin, tegenwoordige tijd
weggietend onvoltooid, deelwoord
weggoot bijzin, verleden tijd
weggoten bijzin, verleden tijd
werd weggegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden weggegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden weggegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weggegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal weggegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weggegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weggegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weggegoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weggieten bijzin, toekomende tijd
zijn weggegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou weggegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weggegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weggegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weggegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weggieten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weggieten weg zou(dt) gieten bijzin, voorwaardelijk
zouden weggegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weggegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weggegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weggieten bijzin, voorwaardelijk
zoudt weggegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weggieten bijzin, voorwaardelijk
zullen weggegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weggegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weggegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggegoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weggieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weggieten bijzin, toekomende tijd
zult weggegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weggieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult weggieten bijzin, toekomende tijd
zult/zal weggieten weg zult/zal gieten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weg en gieten

Woordfamilie van weggieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
giet weg gebiedende wijs weggieten
giete weg woordvorm weggieten
gieten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weggieten
goot weg verleden tijd weggieten
goten weg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weggieten
weggegoten voltooid deelwoord weggieten
weggiet subordinate-clause, tegenwoordige tijd weggieten
weggiete with-subordinate-clause weggieten
weggietend onvoltooid deelwoord weggieten
weggietende woordvorm weggieten
weggoot subordinate-clause, verleden tijd weggieten
weggoten subordinate-clause, verleden tijd weggieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weggieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over weggieten

Wat betekent weggieten?
Weggieten is een werkwoord. Het woord betekent: gietend verwijderen.
Hoe vervoeg je weggieten?
Je vervoegt weggieten als volgt: het voltooid deelwoord is weggegoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weggieten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weggieten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weggieten in het kort

weggieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van weggieten zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weggieten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weggieten: gietend verwijderen
Deel weggieten — standaardnederlands.nl