Naar de inhoud

weervinden

terugvinden

weervinden

werkwoord

Betekenis

  1. terugvinden

Vervoeging van weervinden

weervindenhele werkwoord — vond weerverleden tijd enkelvoud — vonden weerverleden tijd meervoud — weergevondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vind weer vond weer
jij vindt weer vond weer
hij, zij, het vindt weer vond weer
wij vinden weer vonden weer
jullie vinden weer vonden weer
zij vinden weer vonden weer
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is weergevonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was weergevonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd weergevonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt weergevonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal weergevonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal weergevonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou weergevonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou weergevonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had weergevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had weergevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had weergevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden weergevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden weergevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden weergevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt weergevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weergevonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben weergevonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weervinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vind weer gebiedende wijs
vond weer verleden tijd
waart weergevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weergevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weergevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weergevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weergevonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weergevonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weergevonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
weer te vinden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weer te zullen vinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weer zal vinden bijzin, toekomende tijd
weer zou vinden bijzin, voorwaardelijk
weer zouden vinden bijzin, voorwaardelijk
weer zoudt vinden bijzin, voorwaardelijk
weer zullen vinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weer zullen vinden bijzin, toekomende tijd
weer zult vinden bijzin, toekomende tijd
weergevonden verleden tijd, deelwoord
weergevonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weergevonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weergevonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergevonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergevonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weergevonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weergevonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
weergevonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weergevonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weergevonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weervind bijzin, tegenwoordige tijd
weervindend onvoltooid, deelwoord
weervindt bijzin, tegenwoordige tijd
weervond bijzin, verleden tijd
weervonden bijzin, verleden tijd
werd weergevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd weergevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd weergevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden weergevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden weergevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden weergevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt weergevonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word weergevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden weergevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden weergevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden weergevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt weergevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt weergevonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal weergevonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergevonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weergevonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal weergevonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weergevonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weervinden bijzin, toekomende tijd
zijn weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weergevonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weergevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weergevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weergevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weervinden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weervinden weer zou(dt) vinden bijzin, voorwaardelijk
zouden weergevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weergevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weergevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weergevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weergevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weergevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weervinden bijzin, voorwaardelijk
zoudt weergevonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weergevonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weervinden bijzin, voorwaardelijk
zullen weergevonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weergevonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weergevonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weergevonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weergevonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weergevonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weergevonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weervinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weervinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weervinden bijzin, toekomende tijd
zult weergevonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van weer en vinden

Woordfamilie van weervinden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vind weer gebiedende wijs weervinden
vinde weer woordvorm weervinden
vinden weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weervinden
vindt weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weervinden
vond weer verleden tijd weervinden
vonden weer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weervinden
weergevonden voltooid deelwoord weervinden
weervind subordinate-clause, tegenwoordige tijd weervinden
weervinde with-subordinate-clause weervinden
weervindend onvoltooid deelwoord weervinden
weervindende woordvorm weervinden
weervindt subordinate-clause, tegenwoordige tijd weervinden
weervond subordinate-clause, verleden tijd weervinden
weervonden subordinate-clause, verleden tijd weervinden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weervinden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over weervinden

Wat betekent weervinden?
Weervinden is een werkwoord. Het woord betekent: terugvinden.
Hoe vervoeg je weervinden?
Je vervoegt weervinden als volgt: het voltooid deelwoord is weergevonden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weervinden is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. I 1
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weervinden levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. V 4
  6. I 2
  7. N 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weervinden in het kort

weervinden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van weervinden zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weervinden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weervinden: terugvinden
Deel weervinden — standaardnederlands.nl