weersverwachting
zelfstandig naamwoord ˈwersfərˌwɑxtɪŋBetekenis
- het weer dat voor de komende dagen verwacht wordt
- weersvoorspelling
Hoe spreek je weersverwachting uit?
/ˈwersfərˌwɑxtɪŋ/
Weersverwachting bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| r | rood |
| s | sok |
| f | fiets |
| ə | de |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weersverwachtingen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van weer en verwachting met het invoegsel -s-
Woordfamilie van weersverwachting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weersverwachtingen | meervoud | weersverwachting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weersverwachting zijn vastgelegd.