Naar de inhoud

weeromkomen

terugkomen

weeromkomen

werkwoord

Betekenis

  1. terugkomen

Vervoeging van weeromkomen

weeromkomenhele werkwoord — kwam weeromverleden tijd enkelvoud — kwamen weeromverleden tijd meervoud — weeromgekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom weerom kwam weerom
jij komt weerom kwaamt weerom
hij, zij, het komt weerom kwam weerom
wij komen weerom kwamen weerom
jullie komen weerom kwamen weerom
zij komen weerom kwamen weerom
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom weerom gebiedende wijs
kwam weerom verleden tijd
te zijn weeromgekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen weeromkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart weeromgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weeromgekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren weeromgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren weeromgekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was weeromgekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was weeromgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was weeromgekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
weerom te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
weerom te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
weerom zal komen bijzin, toekomende tijd
weerom zou komen bijzin, voorwaardelijk
weerom zouden komen bijzin, voorwaardelijk
weerom zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
weerom zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
weerom zullen komen bijzin, toekomende tijd
weerom zult komen bijzin, toekomende tijd
weeromgekomen verleden tijd, deelwoord
weeromgekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
weeromgekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
weeromkom bijzin, tegenwoordige tijd
weeromkomend onvoltooid, deelwoord
weeromkomt bijzin, tegenwoordige tijd
weeromkwaamt bijzin, verleden tijd
weeromkwam bijzin, verleden tijd
weeromkwamen bijzin, verleden tijd
zal weeromgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal weeromgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal weeromgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal weeromkomen bijzin, toekomende tijd
zijn weeromgekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt weeromgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou weeromgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou weeromgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou weeromgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou weeromkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) weeromkomen weerom zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden weeromgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden weeromgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden weeromgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden weeromkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt weeromgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt weeromkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen weeromgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen weeromgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen weeromgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen weeromkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen weeromkomen bijzin, toekomende tijd
zult weeromgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult weeromkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult weeromkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal weeromkomen weerom zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van weerom en komen

Woordfamilie van weeromkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom weerom gebiedende wijs weeromkomen
kome weerom woordvorm weeromkomen
komen weerom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon weeromkomen
komt weerom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon weeromkomen
kwam weerom verleden tijd weeromkomen
kwamen weerom aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon weeromkomen
weeromgekomen voltooid deelwoord weeromkomen
weeromkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd weeromkomen
weeromkome with-subordinate-clause weeromkomen
weeromkomend onvoltooid deelwoord weeromkomen
weeromkomende woordvorm weeromkomen
weeromkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd weeromkomen
weeromkwam subordinate-clause, verleden tijd weeromkomen
weeromkwamen subordinate-clause, verleden tijd weeromkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weeromkomen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over weeromkomen

Wat betekent weeromkomen?
Weeromkomen is een werkwoord. Het woord betekent: terugkomen.
Hoe vervoeg je weeromkomen?
Je vervoegt weeromkomen als volgt: het voltooid deelwoord is weeromgekomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord weeromkomen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. O 1
  6. M 3
  7. K 3
  8. O 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

weeromkomen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. O 1
  6. M 3
  7. K 3
  8. O 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

weeromkomen in het kort

weeromkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van weeromkomen zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort weeromkomen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

weeromkomen: terugkomen
Deel weeromkomen — standaardnederlands.nl