watertrappelen
werkwoordBetekenis
- een techniek om in het water het hoofd boven water te houden, door met de benen een trappende beweging te maken
Vervoeging van watertrappelen
watertrappelenhele werkwoord — watertrappeldeverleden tijd enkelvoud — watertrappeldenverleden tijd meervoud — gewatertrappeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | watertrappel | watertrappelde |
| jij | watertrappelt | watertrappelde |
| hij, zij, het | watertrappelt | watertrappelde |
| wij | watertrappelen | watertrappelden |
| jullie | watertrappelen | watertrappelden |
| zij | watertrappelen | watertrappelden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewatertrappeld | verleden tijd, deelwoord |
| gewatertrappeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewatertrappeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewatertrappeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewatertrappeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewatertrappeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewatertrappeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewatertrappeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewatertrappeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewatertrappeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewatertrappeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewatertrappeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewatertrappeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewatertrappeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewatertrappeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewatertrappeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewatertrappeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewatertrappeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewatertrappeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te watertrappelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen watertrappelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| watertrappel | gebiedende wijs |
| watertrappelde | verleden tijd |
| watertrappele | aanvoegende wijs |
| watertrappelend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewatertrappeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewatertrappeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewatertrappeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewatertrappeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewatertrappeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewatertrappeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewatertrappeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewatertrappeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewatertrappeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewatertrappeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewatertrappeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewatertrappeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewatertrappeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen watertrappelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewatertrappeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult watertrappelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van water en trappelen
Woordfamilie van watertrappelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewatertrappeld | voltooid deelwoord | watertrappelen |
| watertrappel | gebiedende wijs | watertrappelen |
| watertrappelde | verleden tijd | watertrappelen |
| watertrappelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | watertrappelen |
| watertrappele | aanvoegende wijs | watertrappelen |
| watertrappelend | onvoltooid deelwoord | watertrappelen |
| watertrappelende | woordvorm | watertrappelen |
| watertrappelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | watertrappelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van watertrappelen zijn vastgelegd.