wambuis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gewatteerd vest, vaak gemaakt van lagen linnen, in banen gestikt, met een opvulling van wol, katoen en haren, dat het lichaam van de hals tot op het middel bedekt
zelfstandig naamwoord — neuter
- vooral in vroeger tijden veel gedragen gewatteerd vest, vaak gemaakt van lagen linnen, in banen gestikt, met een opvulling van wol, katoen en haren, dat het lichaam van de hals tot op het middel bedekt historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wambuizen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1317
Woordfamilie van wambuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wambuizen | meervoud | wambuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wambuis zijn vastgelegd.