borstrok
zelfstandig naamwoord 'bɔrstrɔkBetekenis
- een extra warm kledingstuk dat in koude periodes gedragen wordt. De borstrok wordt over het hemd gedragen, maar onder het overhemd of de trui.
Hoe spreek je borstrok uit?
/ˈbɔrstrɔk/
Borstrok bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| borstrokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| borstrokjes | verkleinwoord, meervoud |
| borstrokken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘wollen onderkledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1609
Woordfamilie van borstrok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| borstrokje | verkleinwoord | borstrok |
| borstrokjes | verkleinwoord meervoud | borstrok |
| borstrokken | meervoud | borstrok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van borstrok zijn vastgelegd.