shirt
zelfstandig naamwoord ʃʏːrtBetekenis
- een hemdachtig kledingstuk dat het bovenlijf bedekt
Hoe spreek je shirt uit?
/ʃʏrt/
Shirt bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| ʏ | put |
| r | rood |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine, neuter
- een hemdachtig kledingstuk voor het bovenlijf dat soms de armen deels ontbloot laat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| shirtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| shirtjes | verkleinwoord, meervoud |
| shirts | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hemd’ voor het eerst aangetroffen in 1913
Woordfamilie van shirt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| shirtje | verkleinwoord | shirt |
| shirtjes | verkleinwoord meervoud | shirt |
| shirts | meervoud | shirt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van shirt zijn vastgelegd.