Naar de inhoud

walsen

dansen op de muziek van een wals

walsen is meer dan één woord

walsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. dansen op de muziek van een wals
  2. iets pletten met een zware rol

Vervoeging van walsen

walsenhele werkwoord — walsteverleden tijd enkelvoud — walstenverleden tijd meervoud — gewalstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wals walste
jij walst walste
hij, zij, het walst walste
wij walsen walsten
jullie walsen walsten
zij walsen walsten
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gewalst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewalst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewalst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewalst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewalst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewalst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewalst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewalst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewalst verleden tijd, deelwoord
gewalst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewalst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewalst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewalst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewalst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewalst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewalst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewalst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewalst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewalst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewalst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewalst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewalst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewalst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewalst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewalst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewalst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewalst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewalst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te walsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen walsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wals gebiedende wijs
walse aanvoegende wijs
walsend onvoltooid, deelwoord
walste verleden tijd
waren gewalst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewalst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewalst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gewalst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gewalst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewalst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gewalst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewalst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewalst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewalst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewalst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal walsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal walsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal walsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewalst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gewalst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewalst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewalst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewalst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewalst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou walsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou walsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou walsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewalst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewalst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewalst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewalst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewalst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden walsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden walsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden walsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewalst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt walsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewalst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewalst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewalst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewalst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewalst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen walsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen walsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen walsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen walsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewalst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult walsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord wals

Woordfamilie van walsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewalst voltooid deelwoord walsen
gewalste woordvorm walsen
walse aanvoegende wijs walsen
walsend onvoltooid deelwoord walsen
walsende woordvorm walsen
walst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon walsen
walste verleden tijd walsen
walsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon walsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van walsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over walsen

Wat betekent walsen?
Walsen is een werkwoord. Het woord betekent: dansen op de muziek van een wals. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je walsen?
Je vervoegt walsen als volgt: de tegenwoordige tijd is wals, de verleden tijd is walste en het voltooid deelwoord is gewalst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord walsen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

walsen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

walsen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

walsen in het kort

walsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van walsen zijn 65 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort walsen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

walsen: dansen op de muziek van een wals
Deel walsen — standaardnederlands.nl