Naar de inhoud

walken

vilt bewerken door te kneden met een bijtmiddel

walken is meer dan één woord

walken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. vilt bewerken door te kneden met een bijtmiddel
  2. klei verdichten en soepel maken door te kneden

Vervoeging van walken

walkenhele werkwoord — walkteverleden tijd enkelvoud — walktenverleden tijd meervoud — gewalktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik walk walkte
jij walkt walkte
hij, zij, het walkt walkte
wij walken walkten
jullie walken walkten
zij walken walkten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewalkt verleden tijd, deelwoord
gewalkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewalkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewalkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewalkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewalkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewalkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewalkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewalkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewalkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te walken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen walken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
walk gebiedende wijs
walke aanvoegende wijs
walkend onvoltooid, deelwoord
walkte verleden tijd
zal gewalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal walken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal walken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal walken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou walken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou walken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou walken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden walken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden walken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden walken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewalkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt walken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewalkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewalkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen walken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen walken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen walken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen walken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewalkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult walken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord walk

Herkomst

In de betekenis van ‘vollen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351

Woordfamilie van walken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewalkt voltooid deelwoord walken
gewalkte woordvorm walken
walke aanvoegende wijs walken
walkend onvoltooid deelwoord walken
walkende woordvorm walken
walkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon walken
walkte verleden tijd walken
walkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon walken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van walken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over walken

Wat is de betekenis van walken?
Walken is een werkwoord. De betekenis is: vilt bewerken door te kneden met een bijtmiddel. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik walken?
Zo vervoeg je walken zo: de tegenwoordige tijd is walk, de verleden tijd is walkte en het voltooid deelwoord is gewalkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord walken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

walken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

walken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

walken in het kort

walken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van walken staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort walken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

walken: vilt bewerken door te kneden met een bijtmiddel
Deel walken — standaardnederlands.nl