Naar de inhoud

walen

rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn

walen is meer dan één woord

walen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn
  2. opwellen, zich verspreiden, kenteren

Vervoeging van walen

walenhele werkwoord — waaldeverleden tijd enkelvoud — waaldenverleden tijd meervoud — gewaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waal waalde
jij waalt waalde
hij, zij, het waalt waalde
wij walen waalden
jullie walen waalden
zij walen waalden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewaald verleden tijd, deelwoord
gewaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te walen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen walen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waal gebiedende wijs
waalde verleden tijd
wale aanvoegende wijs
walend onvoltooid, deelwoord
zal gewaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal walen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal walen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal walen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou walen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou walen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou walen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden walen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden walen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden walen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt walen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen walen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen walen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen walen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen walen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult walen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord waal

Herkomst

erfwoord verwant met Latijn volvere.

Woordfamilie van walen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaald voltooid deelwoord walen
waalde verleden tijd walen
waalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon walen
waalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon walen
wale aanvoegende wijs walen
walend onvoltooid deelwoord walen
walende woordvorm walen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van walen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over walen

Wat betekent walen?
Walen is een werkwoord. Het woord betekent: rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je walen?
Je vervoegt walen als volgt: de tegenwoordige tijd is waal, de verleden tijd is waalde en het voltooid deelwoord is gewaald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord walen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

walen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 11 zonder bonus
  7. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

walen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

walen in het kort

walen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van walen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort walen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

walen: rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn
Deel walen — standaardnederlands.nl