walen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn
- opwellen, zich verspreiden, kenteren
Vervoeging van walen
walenhele werkwoord — waaldeverleden tijd enkelvoud — waaldenverleden tijd meervoud — gewaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waal | waalde |
| jij | waalt | waalde |
| hij, zij, het | waalt | waalde |
| wij | walen | waalden |
| jullie | walen | waalden |
| zij | walen | waalden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaald | verleden tijd, deelwoord |
| gewaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te walen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen walen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waal | gebiedende wijs |
| waalde | verleden tijd |
| wale | aanvoegende wijs |
| walend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal walen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal walen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal walen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou walen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou walen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou walen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden walen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden walen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden walen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt walen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen walen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen walen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen walen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen walen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult walen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord waal
Herkomst
erfwoord verwant met Latijn volvere.
Woordfamilie van walen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewaald | voltooid deelwoord | walen |
| waalde | verleden tijd | walen |
| waalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | walen |
| waalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | walen |
| wale | aanvoegende wijs | walen |
| walend | onvoltooid deelwoord | walen |
| walende | woordvorm | walen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van walen zijn vastgelegd.