waggelbenen
werkwoordBetekenis
- onzeker, wankelend lopen
Vervoeging van waggelbenen
waggelbenenhele werkwoord — waggelbeendeverleden tijd enkelvoud — waggelbeendenverleden tijd meervoud — gewaggelbeendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waggelbeen | waggelbeende |
| jij | waggelbeent | waggelbeende |
| hij, zij, het | waggelbeent | waggelbeende |
| wij | waggelbenen | waggelbeenden |
| jullie | waggelbenen | waggelbeenden |
| zij | waggelbenen | waggelbeenden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewaggelbeend | verleden tijd, deelwoord |
| gewaggelbeend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewaggelbeend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewaggelbeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewaggelbeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewaggelbeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewaggelbeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewaggelbeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewaggelbeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewaggelbeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewaggelbeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaggelbeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewaggelbeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewaggelbeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewaggelbeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewaggelbeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaggelbeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewaggelbeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewaggelbeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te waggelbenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen waggelbenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waggelbeen | gebiedende wijs |
| waggelbeende | verleden tijd |
| waggelbene | aanvoegende wijs |
| waggelbenend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewaggelbeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewaggelbeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewaggelbeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewaggelbeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewaggelbeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewaggelbeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewaggelbeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewaggelbeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewaggelbeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewaggelbeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewaggelbeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewaggelbeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewaggelbeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen waggelbenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewaggelbeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult waggelbenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van waggel ww en benen ww
Woordfamilie van waggelbenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewaggelbeend | voltooid deelwoord | waggelbenen |
| waggelbeen | gebiedende wijs | waggelbenen |
| waggelbeende | verleden tijd | waggelbenen |
| waggelbeenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | waggelbenen |
| waggelbeent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | waggelbenen |
| waggelbene | aanvoegende wijs | waggelbenen |
| waggelbenend | onvoltooid deelwoord | waggelbenen |
| waggelbenende | woordvorm | waggelbenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waggelbenen zijn vastgelegd.