Naar de inhoud

waggelen

zich zijdeling slingerend voortbewegen

waggelen

werkwoord

Betekenis

  1. zich zijdeling slingerend voortbewegen
  2. zijdelings slingerend zich ergens heen begeven
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van waggelen

waggelenhele werkwoord — waggeldeverleden tijd enkelvoud — waggeldenverleden tijd meervoud — gewaggeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waggel waggelde
jij waggelt waggelde
hij, zij, het waggelt waggelde
wij waggelen waggelden
jullie waggelen waggelden
zij waggelen waggelden
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gewaggeld impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gewaggeld impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gewaggeld impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gewaggeld impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gewaggeld worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gewaggeld zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gewaggeld worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gewaggeld zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewaggeld verleden tijd, deelwoord
gewaggeld te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaggeld zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gewaggeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
te hebben/zijn gewaggeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te waggelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen waggelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waggel gebiedende wijs
waggelde verleden tijd
waggele aanvoegende wijs
waggelend onvoltooid, deelwoord
zal waggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal waggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal waggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewaggeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou waggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou waggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou waggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden waggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden waggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden waggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt waggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen waggelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen waggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen waggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen waggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult waggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘wankelen’ voor het eerst aangetroffen in 1430

Woordfamilie van waggelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaggeld voltooid deelwoord waggelen
gewaggelde woordvorm waggelen
waggel gebiedende wijs waggelen
waggelde verleden tijd waggelen
waggelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon waggelen
waggele aanvoegende wijs waggelen
waggelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon waggelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waggelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over waggelen

Wat betekent waggelen?
Waggelen is een werkwoord. Het woord betekent: zich zijdeling slingerend voortbewegen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je waggelen?
Je vervoegt waggelen als volgt: de tegenwoordige tijd is waggel, de verleden tijd is waggelde en het voltooid deelwoord is gewaggeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord waggelen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

waggelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

waggelen in het kort

waggelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van waggelen zijn 29 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort waggelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

waggelen: zich zijdeling slingerend voortbewegen
Deel waggelen — standaardnederlands.nl