Naar de inhoud

waaieren

een waaier gebruiken

waaieren

werkwoord

Betekenis

  1. een waaier gebruiken

Vervoeging van waaieren

waaierenhele werkwoord — waaierdeverleden tijd enkelvoud — waaierdenverleden tijd meervoud — gewaaierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waaier waaierde
jij waaiert waaierde
hij, zij, het waaiert waaierde
wij waaieren waaierden
jullie waaieren waaierden
zij waaieren waaierden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gewaaierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewaaierd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewaaierd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewaaierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewaaierd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewaaierd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewaaierd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewaaierd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewaaierd verleden tijd, deelwoord
gewaaierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaaierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewaaierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaaierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaaierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaaierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaaierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaaierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaaierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaaierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaaierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaaierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaaierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaaierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaaierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaaierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaaierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewaaierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te waaieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen waaieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waaier gebiedende wijs
waaierde verleden tijd
waaiere aanvoegende wijs
waaierend onvoltooid, deelwoord
zal gewaaierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaaierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewaaierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal waaieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal waaieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal waaieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewaaierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaaierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaaierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou waaieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou waaieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou waaieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewaaierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaaierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaaierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden waaieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden waaieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden waaieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaaierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt waaieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaaierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaaierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaaierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen waaieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen waaieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen waaieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen waaieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewaaierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult waaieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van waaieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaaierd voltooid deelwoord waaieren
waaierde verleden tijd waaieren
waaierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon waaieren
waaiere aanvoegende wijs waaieren
waaierend onvoltooid deelwoord waaieren
waaierende woordvorm waaieren
waaiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon waaieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waaieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over waaieren

Wat betekent waaieren?
Waaieren is een werkwoord. Het woord betekent: een waaier gebruiken.
Hoe vervoeg je waaieren?
Je vervoegt waaieren als volgt: de tegenwoordige tijd is waaier, de verleden tijd is waaierde en het voltooid deelwoord is gewaaierd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord waaieren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. I 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

waaieren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. I 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

waaieren in het kort

waaieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van waaieren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort waaieren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

waaieren: een waaier gebruiken
Deel waaieren — standaardnederlands.nl