vuilbekken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- obsceniteiten zeggen
Vervoeging van vuilbekken
vuilbekkenhele werkwoord — vuilbekteverleden tijd enkelvoud — vuilbektenverleden tijd meervoud — gevuilbektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vuilbek | vuilbekte |
| jij | vuilbekt | vuilbekte |
| hij, zij, het | vuilbekt | vuilbekte |
| wij | vuilbekken | vuilbekten |
| jullie | vuilbekken | vuilbekten |
| zij | vuilbekken | vuilbekten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gevuilbekt | verleden tijd, deelwoord |
| gevuilbekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevuilbekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevuilbekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevuilbekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevuilbekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevuilbekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevuilbekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevuilbekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevuilbekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevuilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevuilbekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevuilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevuilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevuilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevuilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevuilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevuilbekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevuilbekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vuilbekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vuilbekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vuilbek | gebiedende wijs |
| vuilbekke | aanvoegende wijs |
| vuilbekkend | onvoltooid, deelwoord |
| vuilbekte | verleden tijd |
| zal gevuilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevuilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevuilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevuilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevuilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevuilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevuilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevuilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevuilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevuilbekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevuilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevuilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevuilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vuilbekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevuilbekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vuilbekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vuilbek
Herkomst
Samenstellende afleiding van vuil en bek met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van vuilbekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevuilbekt | voltooid deelwoord | vuilbekken |
| vuilbekke | aanvoegende wijs | vuilbekken |
| vuilbekkend | onvoltooid deelwoord | vuilbekken |
| vuilbekkende | woordvorm | vuilbekken |
| vuilbekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vuilbekken |
| vuilbekte | verleden tijd | vuilbekken |
| vuilbekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vuilbekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuilbekken zijn vastgelegd.