vuilbek
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- iemand die veel vuilbekken|vuilbekt
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die veel vuilbekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vuilbekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vuilbekjes | verkleinwoord, meervoud |
| vuilbekken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vuilbekken
- gebiedende wijs van vuilbekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vuilbekken
Vervoeging van vuilbek
vuilbekhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van vuil en bek
Woordfamilie van vuilbek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vuilbekje | verkleinwoord | vuilbek |
| vuilbekjes | verkleinwoord meervoud | vuilbek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vuilbek zijn vastgelegd.