Naar de inhoud

vrijvechten

door te vechten zichzelf bevrijden

vrijvechten

werkwoord

Betekenis

  1. door te vechten zichzelf bevrijden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van vrijvechten

vrijvechtenhele werkwoord — vocht vrijverleden tijd enkelvoud — vochten vrijverleden tijd meervoud — vrijgevochtenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vecht vrij vocht vrij
jij vecht vrij vocht vrij
hij, zij, het vecht vrij vocht vrij
wij vechten vrij vochten vrij
jullie vechten vrij vochten vrij
zij vechten vrij vochten vrij
Alle 86 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had vrijgevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vrijgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vrijgevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vrijgevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vrijgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vrijgevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vrijgevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vrijgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vrijgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vrijgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vrijgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vrijgevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vrijvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vecht u/je vrij, vecht je vrij gebiedende wijs
vecht vrij gebiedende wijs
vocht vrij verleden tijd
vrij te vechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrij te zullen vechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij zal vechten bijzin, toekomende tijd
vrij zou vechten bijzin, voorwaardelijk
vrij zouden vechten bijzin, voorwaardelijk
vrij zoudt vechten bijzin, voorwaardelijk
vrij zullen vechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrij zullen vechten bijzin, toekomende tijd
vrij zult vechten bijzin, toekomende tijd
vrijgevochten verleden tijd, deelwoord
vrijgevochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgevochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijvecht bijzin, tegenwoordige tijd
vrijvechtend onvoltooid, deelwoord
vrijvocht bijzin, verleden tijd
vrijvochten bijzin, verleden tijd
zal me vrijvechten eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal vrijgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vrijgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vrijvechten bijzin, toekomende tijd
zal zich vrijvechten derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je vrijvechten tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich vrijgevochten hebben verleden tijd
zich vrijvechtend onvoltooid, deelwoord
zou vrijgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vrijvechten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vrijvechten vrij zou(dt) vechten bijzin, voorwaardelijk
zouden vrijgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vrijgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vrijgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vrijvechten bijzin, voorwaardelijk
zoudt vrijgevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vrijvechten bijzin, voorwaardelijk
zullen je vrijvechten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons vrijvechten eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen vrijgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vrijgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vrijgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vrijvechten bijzin, toekomende tijd
zullen zich vrijvechten derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult u vrijvechten tweede persoon
zult u vrijvechten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult vrijgevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vrijvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vrijvechten bijzin, toekomende tijd
zult zich/u vrijvechten tweede persoon
zult zich/u vrijvechten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult/zal vrijvechten vrij zult/zal vechten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van vrij en vechten

Woordfamilie van vrijvechten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vecht vrij gebiedende wijs vrijvechten
vechte vrij woordvorm vrijvechten
vechten vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vrijvechten
vocht vrij verleden tijd vrijvechten
vochten vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vrijvechten
vrijgevochten voltooid deelwoord vrijvechten
vrijvecht subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijvechten
vrijvechte with-subordinate-clause vrijvechten
vrijvechtend onvoltooid deelwoord vrijvechten
vrijvechtende woordvorm vrijvechten
vrijvocht subordinate-clause, verleden tijd vrijvechten
vrijvochten subordinate-clause, verleden tijd vrijvechten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijvechten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vrijvechten

Wat is de betekenis van vrijvechten?
Vrijvechten is een werkwoord. De betekenis is: door te vechten zichzelf bevrijden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vrijvechten?
Zo vervoeg je vrijvechten zo: het voltooid deelwoord is vrijgevochten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vrijvechten is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. V 4
  6. E 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vrijvechten levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. V 4
  6. E 1
  7. C 5
  8. H 4
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 30 zonder bonus
  13. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vrijvechten in het kort

vrijvechten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vrijvechten staan er 54 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vrijvechten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vrijvechten: door te vechten zichzelf bevrijden
Deel vrijvechten — standaardnederlands.nl