Naar de inhoud

vrijstaan

geoorloofd zijn

vrijstaan

werkwoord ˈvrɛistan

Betekenis

  1. geoorloofd zijn
  2. niet vast bevestigd zijn aan

Hoe spreek je vrijstaan uit?

/ˈvrɛistan/

Vrijstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvrɛistan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
r rood
ɛi trein
s sok
t tak
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vrijstaan

vrijstaanhele werkwoord — stond vrijverleden tijd enkelvoud — stonden vrijverleden tijd meervoud — vrijgestaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sta vrij stond vrij
jij staat vrij stond vrij
hij, zij, het staat vrij stond vrij
wij staan vrij stonden vrij
jullie staan vrij stonden vrij
zij staan vrij stonden vrij
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had vrijgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vrijgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vrijgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vrijgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vrijgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vrijgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vrijgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vrijgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vrijgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vrijgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vrijgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sta vrij gebiedende wijs
stond vrij verleden tijd
te hebben vrijgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vrijstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij te staan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrij te zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij zal staan bijzin, toekomende tijd
vrij zou staan bijzin, voorwaardelijk
vrij zouden staan bijzin, voorwaardelijk
vrij zoudt staan bijzin, voorwaardelijk
vrij zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrij zullen staan bijzin, toekomende tijd
vrij zult staan bijzin, toekomende tijd
vrijgestaan verleden tijd, deelwoord
vrijgestaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgestaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijsta bijzin, tegenwoordige tijd
vrijstaand onvoltooid, deelwoord
vrijstaat bijzin, tegenwoordige tijd
vrijstond bijzin, verleden tijd
vrijstonden bijzin, verleden tijd
zal vrijgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vrijgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vrijstaan bijzin, toekomende tijd
zou vrijgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vrijstaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vrijstaan vrij zou(dt) staan bijzin, voorwaardelijk
zouden vrijgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vrijgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vrijgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vrijstaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt vrijgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vrijstaan bijzin, voorwaardelijk
zullen vrijgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vrijgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vrijgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vrijstaan bijzin, toekomende tijd
zult vrijgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vrijstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vrijstaan bijzin, toekomende tijd
zult/zal vrijstaan vrij zult/zal staan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van vrij en staan

Woordfamilie van vrijstaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sta vrij gebiedende wijs vrijstaan
staan vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vrijstaan
staat vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vrijstaan
stond vrij verleden tijd vrijstaan
stonden vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vrijstaan
vrijgestaan voltooid deelwoord vrijstaan
vrijsta subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijstaan
vrijstond subordinate-clause, verleden tijd vrijstaan
vrijstonden subordinate-clause, verleden tijd vrijstaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijstaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vrijstaan

Hoe spreek ik vrijstaan uit?
Zo spreek je vrijstaan uit: /ˈvrɛistan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van vrijstaan?
Vrijstaan is een werkwoord. De betekenis is: geoorloofd zijn. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vrijstaan?
Zo vervoeg je vrijstaan zo: het voltooid deelwoord is vrijgestaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vrijstaan is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vrijstaan levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. S 2
  6. T 2
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vrijstaan in het kort

vrijstaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vrijstaan staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vrijstaan bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vrijstaan: geoorloofd zijn
Deel vrijstaan — standaardnederlands.nl