Naar de inhoud

vrijmaken

bevrijden, verlossen

vrijmaken

werkwoord

Betekenis

  1. bevrijden, verlossen
  2. emanciperen, ontvoogden
  3. belemmeringen opheffen
  4. middelen speciaal ergens voor bestemmen

Vervoeging van vrijmaken

vrijmakenhele werkwoord — maakte vrijverleden tijd enkelvoud — maakten vrijverleden tijd meervoud — vrijgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak vrij maakte vrij
jij maakt vrij maakte vrij
hij, zij, het maakt vrij maakte vrij
wij maken vrij maakten vrij
jullie maken vrij maakten vrij
zij maken vrij maakten vrij
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vrijgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vrijgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vrijgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vrijgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vrijgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vrijgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vrijgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vrijgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak vrij gebiedende wijs
maakte vrij verleden tijd
te hebben vrijgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vrijmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrij te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij zal maken bijzin, toekomende tijd
vrij zou maken bijzin, voorwaardelijk
vrij zouden maken bijzin, voorwaardelijk
vrij zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
vrij zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrij zullen maken bijzin, toekomende tijd
vrij zult maken bijzin, toekomende tijd
vrijgemaakt verleden tijd, deelwoord
vrijgemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrijgemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrijgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vrijgemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vrijgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijgemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijgemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijmaak bijzin, tegenwoordige tijd
vrijmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
vrijmaakte bijzin, verleden tijd
vrijmaakten bijzin, verleden tijd
vrijmakend onvoltooid, deelwoord
waart vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vrijgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vrijgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vrijgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vrijgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vrijgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vrijmaken bijzin, toekomende tijd
zijn vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vrijgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vrijgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vrijmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vrijmaken vrij zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden vrijgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vrijgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vrijgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vrijgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vrijgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vrijmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt vrijgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vrijmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen vrijgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vrijgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vrijgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrijgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vrijgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vrijgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrijmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vrijmaken bijzin, toekomende tijd
zult vrijgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van vrij en maken

Woordfamilie van vrijmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maak vrij gebiedende wijs vrijmaken
maakt vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vrijmaken
maakte vrij verleden tijd vrijmaken
maakten vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vrijmaken
make vrij woordvorm vrijmaken
maken vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vrijmaken
vrijgemaakt voltooid deelwoord vrijmaken
vrijgemaakte woordvorm vrijmaken
vrijmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijmaken
vrijmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijmaken
vrijmaakte subordinate-clause, verleden tijd vrijmaken
vrijmaakten subordinate-clause, verleden tijd vrijmaken
vrijmake with-subordinate-clause vrijmaken
vrijmakend onvoltooid deelwoord vrijmaken
vrijmakende woordvorm vrijmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vrijmaken

Wat is de betekenis van vrijmaken?
Vrijmaken is een werkwoord. De betekenis is: bevrijden, verlossen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vrijmaken?
Zo vervoeg je vrijmaken zo: het voltooid deelwoord is vrijgemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vrijmaken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vrijmaken levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vrijmaken in het kort

vrijmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vrijmaken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vrijmaken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vrijmaken: bevrijden, verlossen
Deel vrijmaken — standaardnederlands.nl