vrijmarkt
zelfstandig naamwoord ˈvrɛimɑrᵊktBetekenis
- een markt waarop iedereen zonder te betalen of te reserveren zijn handelswaar mag verkopen
Hoe spreek je vrijmarkt uit?
/ˈvrɛimɑrəkt/
Vrijmarkt bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| ə | de |
| k | kat |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijmarkten | meervoud |
| vrijmarktje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrijmarktjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrij en markt
Woordfamilie van vrijmarkt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijmarkten | meervoud | vrijmarkt |
| vrijmarktje | verkleinwoord | vrijmarkt |
| vrijmarktjes | verkleinwoord meervoud | vrijmarkt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijmarkt zijn vastgelegd.