Naar de inhoud

vrijhouden

~ voor zorgen dat iets niet bezet raakt

vrijhouden

werkwoord

Betekenis

  1. ~ voor zorgen dat iets niet bezet raakt

Vervoeging van vrijhouden

vrijhoudenhele werkwoord — hield vrijverleden tijd enkelvoud — hielden vrijverleden tijd meervoud — vrijgehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou vrij hield vrij
jij houdt vrij hield vrij
hij, zij, het houdt vrij hield vrij
wij houden vrij hielden vrij
jullie houden vrij hielden vrij
zij houden vrij hielden vrij
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vrijgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vrijgehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vrijgehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vrijgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vrijgehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vrijgehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vrijgehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vrijgehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vrijgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vrijgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vrijgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vrijgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vrijgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vrijgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vrijgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield vrij verleden tijd
hou vrij gebiedende wijs
houd vrij gebiedende wijs
is vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vrijgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vrijhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrij te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrij zal houden bijzin, toekomende tijd
vrij zou houden bijzin, voorwaardelijk
vrij zouden houden bijzin, voorwaardelijk
vrij zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
vrij zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrij zullen houden bijzin, toekomende tijd
vrij zult houden bijzin, toekomende tijd
vrijgehouden verleden tijd, deelwoord
vrijgehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrijgehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vrijgehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrijgehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vrijgehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vrijgehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijgehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijgehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vrijhield bijzin, verleden tijd
vrijhielden bijzin, verleden tijd
vrijhou bijzin, tegenwoordige tijd
vrijhoud bijzin, tegenwoordige tijd
vrijhoudend onvoltooid, deelwoord
vrijhoudt bijzin, tegenwoordige tijd
waart vrijgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vrijgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vrijgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vrijgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vrijgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vrijgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vrijgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vrijgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vrijgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vrijgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vrijgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vrijgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vrijhouden bijzin, toekomende tijd
zijn vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vrijgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vrijgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vrijgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vrijgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vrijhouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) vrijhouden vrij zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden vrijgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vrijgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vrijgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vrijgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vrijgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vrijhouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt vrijgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vrijhouden bijzin, voorwaardelijk
zullen vrijgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vrijgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vrijgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrijgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vrijgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vrijgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vrijhouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vrijhouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van vrij en houden

Woordfamilie van vrijhouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield vrij verleden tijd vrijhouden
hielden vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vrijhouden
hou vrij gebiedende wijs vrijhouden
houd vrij gebiedende wijs vrijhouden
houde vrij woordvorm vrijhouden
houden vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon vrijhouden
houdt vrij aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vrijhouden
vrijgehouden voltooid deelwoord vrijhouden
vrijhield subordinate-clause, verleden tijd vrijhouden
vrijhielden subordinate-clause, verleden tijd vrijhouden
vrijhou subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijhouden
vrijhoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijhouden
vrijhoude with-subordinate-clause vrijhouden
vrijhoudend onvoltooid deelwoord vrijhouden
vrijhoudende woordvorm vrijhouden
vrijhoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd vrijhouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijhouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vrijhouden

Wat is de betekenis van vrijhouden?
Vrijhouden is een werkwoord. De betekenis is: ~ voor zorgen dat iets niet bezet raakt.
Hoe vervoeg ik vrijhouden?
Zo vervoeg je vrijhouden zo: het voltooid deelwoord is vrijgehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vrijhouden is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vrijhouden levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. R 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. H 4
  6. O 1
  7. U 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vrijhouden in het kort

vrijhouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van vrijhouden staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vrijhouden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vrijhouden: ~ voor zorgen dat iets niet bezet raakt
Deel vrijhouden — standaardnederlands.nl