vrijkaart
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toegangskaart waarvoor men niet heeft hoeven te betalen
- in het kaartspel een kaart waarmee men een slag kan halen omdat alle hogere kaarten van dezelfde kleur en alle troeven al uit het spel zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vrijkaarten | meervoud |
| vrijkaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vrijkaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vrij en kaart
Woordfamilie van vrijkaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vrijkaarten | meervoud | vrijkaart |
| vrijkaartje | verkleinwoord | vrijkaart |
| vrijkaartjes | verkleinwoord meervoud | vrijkaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vrijkaart zijn vastgelegd.